JeugdWerkNet, dé plek op internet voor jeugdwerkers

zelf een bal maken

Soort(en):
Thema('s):
Aantal spelers:
10 - 50 spelers, in 1 groep(en)
Leeftijd:
6 - 12 jaar
Terrein:
Duur:
1 minuut
Intensiteit:
zwaar (zwaar)
Materiaal:
· Oude binnenband van een fiets · Schaar · Restjes wol/krantenpapier · Lang stuk touw · Lijm
Uitleg:

Speluitleg
Maak van het krantenpapier of de wol een flinke prop met een doorsnede van ongeveer 5 cm. Knip de binnenband in kleine ringen van 1 tot 2 cm breed. Trek de ringen horizontaal en verticaal om de prop heen. Je bal is klaar. Voor bepaalde spelletjes kan het leuk zijn om aan deze bal een lang touw vast te maken.Soms zie je in Afrika leren of plastieken ballen, maar als deze er niet zijn, maken de kinderen gewoon zelf een bal. Amadou heeft zelf zo al tientallen ballen gemaakt.

Doel
· realistische kijk verwerven op het leven in het zuiden, meer bepaald Centraal-Afrika
· aangeven hoe mensen het minder/niet hebben compenseren door creativiteit en overlevingskracht

Omschrijving
De deelnemers aan het spel worden onder "hypnose" gebracht en komen terecht in Centraal-Afrika. Daar leven ze gedurende een bepaalde tijd als Afrikaanse kinderen en bekijken ze het leven door een Afrikaanse bril.

Inkleding
Dit spel voor -12-jarigen is één spel van het grote spel 'Spring uit je vel'. Naast 'Spring uit je vel' zijn er nog twee andere verzamelingen van spelen:
· Spot op het complot 12 - 16-jarigen
· Kloving + 16-jarigen

De drie spelen zijn ontwikkeld in het kader van Worldshake met de bedoeling jeugd- en jongerengroepen gemakkelijk te hanteren spelmateriaal aan te reiken over de kloof tussen arm en rijk, over de verhouding tussen Noord en Zuid, over hoe jongeren en kinderen betrekken bij dit thema, kortom over Worldshake. Spel is een ideale invalshoek om kinderen en jongeren te motiveren om niet-vanzelfsprekende thema's aan te pakken.

Het Zuid-Noordthema is niet direct het thema waar kinderen en jongeren het meest van wakker liggen. Toch is het jeugdwerk een uitgelezen plaats om hierover met kinderen en jongeren in dialoog te gaan, zodat zij in staat zijn een eigen mening te vormen rond de kloof tussen noord en zuid. En eens de interesse gewekt is, zal je pas merken hoeveel je er kan rond doen en hoeveel er over te vertellen valt.

We verwachten echter veel van jou als begeleider. Als je een spel speelt over Noord-Zuid gaan we er immers van uit dat je de deelnemers daarbij een correct beeld geeft van het leven aldaar. Als je daarin slaagt, heb je het beter gedaan dan heel wat persagentschappen die enkel berichten over de zoveelste hongersnood of burgeroorlog, maar ondertussen vergeten dat sommige landen in het Zuiden er ook op vooruit gaan.

Om je te helpen in deze opdracht te slagen en het spel in deze bundel goed te kunnen spelen, geven we je hieronder tien vuistregels. Worstel je er a.u.b. door, je zal merken dat je ze zeker kan gebruiken tijdens het spelen van de activiteit.

1. JUISTE INFORMATIE

Tracht de informatie over andere culturen zo juist mogelijk weer te geven. Als je iets niet weet, kan je dit gerust toegeven. Wie weet immers wel alles? Vaak is het respect waarmee je vertelt over het Zuiden, belangrijker dan de inhoud die je vertelt.

2. ACTUELE INFORMATIE

Dikwijls worden culturen voorgesteld zoals ze vroeger waren. Of stukjes folklore worden veralgemeend naar het dagelijkse leven van vandaag. Indianen lopen niet meer rond met veren op hun hoofd en Afrikanen dragen evenmin nog een strooien rokje. Als men in Afrika vertelt over Vlaanderen, heeft men het ook niet over boeren die met paard en kar naar hun akker trekken of over de eerste stoomtreinen.

3. VOLLEDIGE INFORMATIE

Vaak wordt maar de helft van het verhaal verteld over het Zuiden. Mensen leven er niet alleen op het platteland, maar ook in steden. Naast arme mensen is er ook een middenklasse en een rijke top. Geef dus niet enkel de informatie de je in het oog springt of spectaculair is, maar tracht zoveel mogelijk facetten te belichten en heb ook aandacht voor het gewone.

4. MAATSCHAPPELIJKE CONTEXT

Een cultuurelement staat nooit op zichzelf, maar moet telkens gekaderd worden binnen een ruimere maatschappelijke of sociale context. In sommige streken in Afrika bv. mogen vrouwen na de geboorte van hun eerste kind het erf niet verlaten gedurende een jaar. Dat lijkt op het eerste gezicht een beperking, maar het is evenzeer een bescherming, want daardoor zijn die vrouwen ook vrijgesteld van het zware werk op het veld.

5. GEEN VERALGEMENINGEN

Net zoals we bij ons vele culturen, talen en leefgewoontes hebben, geldt dat ook voor het Zuiden. Hét Zuiden bestaat eenvoudigweg niet.

6. GEEN GEPREEK

Het is zoveel waardevoller om kinderen en jongeren te stimuleren om een eigen mening te vormen, dan wel ze een mening op te dringen. Zet hen aan om over bepaalde zaken na te denken of bepaalde dingen in vraag te stellen, maar hang zelf niet de betweter uit, want je boodschap wordt dan toch snel vergeten en vaak roept ze zelfs weerstand op.

7. NIET ALLEEN PROBLEMEN EN SLACHTOFFERS

Vermijd om enkel het accent te leggen op de problemen in het Zuiden. Over de mensen die er wonen, zijn er ook vele positieve of gewone dingen te vertellen. Stel hen niet voor als slachtoffers die wachten op hulp uit het Noorden, maar vertel over hun bewonderenswaardige overlevingskracht en creativiteit.

8. GEEN SIMPELE OPLOSSINGEN

"Als iedereen in het Zuiden tot 14 jaar naar school zou kunnen gaan, hebben we geen derde wereld meer over 20 jaar." Hoed je voor dit soort van te eenvoudige oplossingen. Het probleem is zeer complex en een oplossing heeft dus altijd te maken met een ingewikkeld kluwen van factoren (geschiedkundig, economisch, politiek, militair, cultureel, ...).

9. HOOP

Oplossingen en verbeteringen zijn mogelijk en worden in sommige landen in het Zuiden ook effectief gerealiseerd. Geef daarom niet de indruk dat alles hopeloos is als je vertelt over het Zuiden.

10. GEEN MACHTELOOSHEID

Wat in het Noorden gebeurt, heeft invloed op het Zuiden, en omgekeerd. Jij kiest bijvoorbeeld zelf welke kleren of fruit je koopt of hoe je omgaat met mensen uit andere landen. Al gaat het soms over kleine zaken, Vlaamse kinderen en jongeren kunnen wel degelijk (een beetje) invloed hebben op wat er op onze planeet gebeurt.

OPBOUW VAN DE ACTIVITEIT
Bij de start van de activiteit worden de kinderen binnengeleid in een lokaal. Vandaag is er immers een optreden gepland van de wereldvermaarde illusionist Willy Rastili. Als iedereen een plaatsje heeft gevonden in het lokaal, komt Willy te voorschijn. Onmiddellijk barst een oorverdovend applaus los van de tientallen onvoorwaardelijke fans. Willy Rastili begroet het publiek hartelijk en heet iedereen welkom op de première van zijn nieuwe show, waaraan hij maar liefst vier jaar heeft voorbereid. Enthousiast vertelt hij aan het publiek wat hij allemaal in petto heeft: hij zal een leeuw te voorschijn toveren, de lotto-uitslag voorspellen, iemand uit het publiek in twee stukken zagen en nog veel meer.

Als opwarmertje wil Willy echter starten met een hypnosenummer. Iedereen wordt gevraagd om zijn/haar ogen te sluiten en een absolute stilte in acht te nemen. Willy brengt het publiek langzaam maar zeker in trance, terwijl enkele begeleiders rondgaan en iedereen een blinddoek aandoen. Ondertussen blijft het volledig stil! Stilletjes aan krijgt Willy de kinderen volledig in zijn macht: hij vraagt hen nu om uit hun lichaam te treden en in de huid te kruipen van … (hier geeft hij verschillende Afrikaanse voornamen). De kinderen worden nu door de begeleiders één voor één naar buiten geleid (met de blinddoek om!).

Eens zij het lokaal verlaten hebben, worden de kinderen opgewacht door Amadou. Amadou is een twintigjarige man uit een land ergens in Centraal-Afrika en woont er op het platteland. Slechts twee jaar is hij naar de basisschool geweest, nadien is hij samen met zijn vader gaan werken op het land. Met hun gezin hebben ze nauwelijks voldoende om te eten, maar Amadou is niet pessimistisch: met zijn goed humeur slaat hij zich wel overal door, zegt hij.

Van Amadou krijgt elk kind een nieuwe, Afrikaanse naam. Amadou legt uit dat iedereen gedurende een namiddag, dag, weekend, … zal deelnemen aan het leven in zijn dorp. Omdat alles voor de kinderen nieuw is, zal Amadou op tijd en stond uitleggen wat er moet gebeuren. Daarbij kan hij voorbeelden geven uit zijn eigen leven, maar soms vertelt hij ook over wat zijn grootouders of zijn vrienden in de stad hebben meegemaakt of nog steeds meemaken.

Bij het einde van de activiteit worden de kinderen opnieuw geblinddoekt binnengeleid in de show van Willy Rastili. Met hun ogen toe horen ze opnieuw de stem van Willy die de hypnose rustig verbreekt en de blinddoeken laat uitdoen. Een korte nabespreking wordt ook geleid door Willy: hij vraagt de kinderen wat hun ervaring was en hoe zij nu aankijken tegen het leven in Centraal-Afrika.

AFRIKAANSE NAMEN (ontleend aan pygmeeënsprookjes)

Jongens

Tsam-Kui
Itwa
Butuwa
Nbali
Atiefe
Balotu
Seko
Meke
Edeki
Efe
Bokisa
Mbilo
Lotulotu
Mamule
Afidei
Avitoy
Okalai
Efegbi
Balibali
Andibefe
Lele
Mahaza
Teuge
Oy
Bolole
Nkondo
Tsese
Mbuki
Yamoussou

Meisjes
Malima
Tipeto
Ahiheli
Makaza

Je kan bij de start van de activiteit iedereen een amulet laten maken met zijn/haar naam erop.

NABESPREKEN, NIET VANZELFSPREKEND
Een goed groepsgesprek met kinderen is niet vanzelfsprekend. Toch vinden we het belangrijk om ook met deze leeftijdsgroep een spel ' na te bespreken', te verwerken.

De nabespreking van een spel is de analyse van de spelervaring met als doel deze spelervaring om te zetten in een leerervaring. We leren allemaal van ervaringen die we dagelijks opdoen. Belangrijk is ervoor te zorgen dat de ervaring niet snel vergeten wordt. En dat kan door een goede 'reflectie' op de ervaring, samen met anderen.

Enkele tips
We zetten enkele tips op een rij. Aan jullie om deze nabespreking concreet te maken en aan te passen aan de groep.

® Bij de nabespreking kan het accent gelegd worden op het interculturele, eerder dan op de kloof tussen arm en rijk. Op de gelijkenissen en verschillen tussen mensen in Centraal-Afrika en mensen hier. Zij zijn allemaal op hun manier met dezelfde algemeen menselijke zaken bezig: spelen, werken, eten, feesten, … .

® Werk in kleine groepjes, waar elk kind afzonderlijk voldoende aan bod kan komen.

® Een nabespreking hoeft niet lang te duren. Liever kort en goed: 10 à 15 minuten.

® Gebruik hulpmiddelen die het gesprek structureren en die de kinderen stimuleren om naar elkaar te luisteren:
- een micro doorgeven
- kinderen één voor één op de vraagstoel zetten
- kinderen mogen iets zeggen vanuit een kijkkast (achterwerk in de kast)
- …

® Je kan deze activiteit ook op niet-verbale manieren naverwerken, via gerichte expressietechnieken:
- een verhaal beluisteren
- samen aan een grote tekening werken
- een kunstwerk uit klei optrekken
- …

ZWARTEN IN CENTRAAL-AFRIKA

Dit is een achtergrondtekst voor de spelen onder de verzamelnaam 'Spring uit je vel' gemaakt zijn. Hij vertelt je iets meer te vertellen over het leven in Centraal-Afrika. Je kan het gerust beschouwen als een soort achtergrond die je echter wel moet kennen om voldoende voorbereid aan de activiteit te beginnen. Beschouw dit stukje tekst zeker niet als de absolute waarheid die geldt voor alle inwoners van Centraal-Afrika: daarvoor zijn de onderlinge verschillen tussen plaatselijke volkeren te groot. Wel geeft de tekst een zeer algemeen beeld waarvan heel wat elementen van toepassing zijn op een groot gedeelte van de bevolking.

Spreken over 'de' bevolking van Afrika is erg ingewikkeld omdat er zo'n grote verscheidenheid aan bevolkingsgroepen is in dit reusachtige continent. We moeten op z'n minst stellen dat de mensen van Noord-Afrika geen zwarten zijn (Marokkanen, Algerijnen, Libiërs, Egyptenaren hebben een licht bruine huid). We zullen het hier enkel hebben over de zwarte bevoking van Centraal-Afrika omdat die nog het meest oorspronkelijk is en daarover nogal wat misverstanden bestaan. Ook de situatie in Zuidelijk Afrika laten we hier buiten beschouwing omdat de invloed van de blanke minderheid voor een 'aparte' toestand zorgt.

Vooraf dient ook duidelijk gesteld dat er nog twee volkeren in Afrika leven die weinig of niet door de blanke kolonisatie zijn beïnvloed: in Centraal-Afrika zijn dat 200 000 Mbuti (Pygmeeën) en in Zuidelijk Afrika 60 000 San (Bosjesmannen). Zij behoren tot wat we 'inheemse volkeren' noemen en procentueel maken zij een klein deel van de Afrikaanse bevolking uit. Hun levenswijze mag toch niet verward worden met het grote deel van de Afrikaanse bevolking waarover we het hier hebben.

Wat de kleding in Centraal-Afrika betreft, nemen we gemakkelijkheidshalve Zaïre als voorbeeld, en kunnen we stellen dat de vrouwen uit prachtig bedrukte stoffen (wax) tweedelige jurken maken, bestaande uit een bloes en een lange rok, waarrond zij soms nog een extra doek draperen; de snit van de bloezen en jurken is erg gevarieerd en toont een grote creativiteit en vakkundigheid aan van de kleermakers. De vrouwen besteden ook veel aandacht aan hun kapsel, dat ze met geduldig knoop- en vlechtwerk weten om te toveren tot ware kunstwerkjes.

De heren dragen hemden uit soortgelijke stoffen, met sierstiksels aan de kragen of losse hemden met korte mouwen en zonder kraag. De broeken zijn zoals in het westen. Rijke heren dragen een 'abocost', dat is een mooi pak uit een éénkleurige stof vervaardigd, bestaande uit een lange vest met grote revers, en een westerse broek.

Overal is echter westerse tweedehandskleding te koop, die goedkoper is dan de eigen, mooie kleding. De tweedehandskleding wordt vooral gedragen door kinderen en in de dorpen ook door de mannen; vrouwen in de dorpen zullen bijna altijd een lange, gekleurde rok dragen met daarboven een westers bloesje. Als de kinderen naar school gaan, dragen ze een uniform bestaande uit een wit hemd en blauwe lange broek voor de jongens en een witte bloes en en blauwe rok voor de meisjes.

Op het platteland wonen de mensen in huizen met verschillende kamers; de keuken is meestal buiten: het kookgerei wordt op een houten rek bewaard en de maaltijd wordt verwarmd op een houtvuurtje waarbij men de kookpot op drie stenen zet.

Voor de muren trekt men eerst een vakwerk op van hout, dat nadien wordt opgevuld met een vlechtwerk van dunne takken; de muren worden dan bestreken met een soort klei gemengd met hooi en koemest, waardoor effen muren ontstaan. Het dak is bedekt met gedroogd savannegras. De vloer is van gestampte aarde. Toiletten staan een eindje van de woning weg. Het zijn doorgaans eenvoudige gebouwtjes om een diep uitgegraven kuil met een houten of betonnen plaat er over heen waarin een gat is uitgespaard.
Meer en meer worden er huizen gebouwd met adobestenen, een dak van metalen golfplaten en een tegelvloer. Voor adobestenen perst men de klei in een vorm en laat men de stenen drogen in de zon.

In de steden, we nemen Kinshasa als voorbeeld, leven de meeste mensen in huizen van grijze betonstenen, bedekt met een golfplatendak. Op een perceel staan verschillende kleine huizen aan elkaar gebouwd, die dan ook door verschillende gezinnen bewoond worden. Meestal is er op het binnenkoertje van het perceel een kraan die door alle gezinnen mag gebruikt worden.

Het bouwen van woningen gebeurt meestal door een groep. Wanneer de huizen er staan, is er ook tijd om te feesten. Afrikanen maken graag muziek en zingen graag. Een typisch instrument is de éénsnarige viool. Daarbij zingt dan iemand, meestal wordt de tekst geïmproviseerd, afhankelijk van de gelegenheid.

De economische activiteiten in Centraal-Afrika zijn zeer verscheiden. Alles hangt samen met het gebied waarin men woont. Op de inlandse rivieren is de visvangst de grootste bron van inkomen. Ook de mijnbouw is een belangrijke economische activiteit: het ontginnen van goud, diamant en mineralen uit de bodem. Waar er nog wouden zijn, zijn er ook houthakkers.

Bijlage(s):
door Pieter De Clercq van Jeugdwerknet vzw
31/07/2003 | 15329 bezoeker(s)
DeliciousDiggStumbleUponFacebookTwitterGoogle