SPELEN
Waterexpressie
(matig)- kommen, vazen, glazen met water in
- dunne, lange doeken (voile)
- kaartjes met wateruitspraken
Beschrijving: impulsen rond expressieoefeningen
Doel:Verkennen van de betekenis, de smaak, de geur van water.
Verschillende manieren van bewegen in de ruimte verkennen.
Inkleding:Het lokaal staat vol met glazen, watervazen, kommen, allemaal dingen in glas.
Uitleg
Hieronder volgen een aantal impulsen om te doen als oefeningen. Je kan zelf kiezen welke je na elkaar zet, zorg wel voor een rustige opbouw!
Verkennen van water.
Het lokaal is vooraf ingekleed. De deelnemers worden buiten het lokaal uitgenodigd om binnen te gaan en gewoon te kijken wat er allemaal is. Ze doen dit alsof ze in een museum rondwandelen. Ze raken niets aan.
De deelnemers worden uitgenodigd om van kom tot kom of glas tot glas zich te bewegen op verschillende manieren: springend, op de tenen, traag, in cadans, met reuze stappen, enz.
Elke deelnemer kiest een voorwerp met water uit: dit bekijken ze nauwkeurig. Ze kijken en ruiken aan het water, voelen het water, besprenkelen zich met het water, proeven en drinken vervolgens van het water.
Ieder neemt zijn voorwerp met water vast en loopt hiermee voorzichtig rond in de ruimte alsof dit het kostbaarste water is dat er bestaat. Men laat dit water fier zien aan de anderen. De andere deelnemers mogen voorzichtig ook naar dit water kijken, voelen, ruiken, proeven, drinken.
De voorwerpen met water worden allemaal aan de kant gezet. We zetten ons in de kring en ieder verteld iets van zijn beleving bij deze oefeningen.
Verkennen van water door zelf water te spelen.
Iedereen verspreidt zich in de ruimte. De begeleider geeft een aantal impulsen, niet té snel na elkaar. De deelnemers proberen deze impulsen zelf met hun eigen lichaam expressief uit te drukken.
Ieder wordt uitgedaagd zichzelf in te leven in water, dit uit te beelden en zichzelf zo voort te bewegen: als een kabbelend beekje, een kronkelende beek, opspattend water van de beek waar kinderen stenen in keilen, water van de beek na een dam, de beek die in de zee terecht komt, de golven van de zee, wilde golven van de zee, regen, een stortbui, een waterval, enz. Na dit alles zetten we ons weer in de kring e bespreken we dit even na. We staan stil bij: Hoe was het om dit te doen? Welk water ging je het makkelijkst af? Wat was het moeilijkst? Werd je beïnvloed door het uitbeelden van de anderen?
Werken met doeken.
Ieder gaat per twee staan, met één doek tussen hen twee. Elke deelnemer neemt het uiteinde van het doek vast. Men probeert samen het doek te doen golven zoals de golven van de zee.
De begeleider geeft enkele impulsen. De deelnemers proberen per twee hun doek zo te bewegen: windstil, zachte bries, sterke wind, storm, zachte golven, opspringende golf, enz.
Nadien doet men hetzelfde opnieuw. Je stelt jezelf voor dat jij in dit water bent. Welke woorden gaan er dan door je heen bij zachte bries, sterke wind, storm, enz? Deze woorden worden luidop uitgesproken.
Uitwisseling met iedereen: welke woorden klonken? Lukte dit?
We proberen telkens met héél de groep volgende uitspraken uit te beelden. Je kan kiezen: ofwel wordt er af gesproken hoe je het gaat doen, ofwel start er iemand, hij/zij zegt wie of wat hij/zij is en de volgende bouwen verder aan!
Uitbeelden van zinnen en uitspraken.
•Water naar de zee dragen
•Recht door zee gaan
•Zo gezond als een visje in het water
•Het hoofd boven water houden
•Het water komt tot aan de lippen
•Van de regen in de drop komen
•Na regen komt zonneschijn
•Putten aan de bron
Uitwisseling rond betrokkenheid van iedereen en het resultaat.






