SPELEN
spel & gesprek rond mooie Jezus-wonderverhalen
(matig)- Eieren
- Wegwerpmateriaal (om ei te beschermen…yoghurtpotjes, papier, touw, kleefband, …)
- Cd met yogamuziek
- Opdrachten op papier in enveloppen met kleur op
- Inleefverhaal op papier
- Afbeeldingen wonderverhalen (4)
- Verhalen op papier+vraagjes erbij
- Blinddoeken
- Sjortouw
Inkleding van de activiteit:
We spelen met 1 groot, centraal spelbord. Dit is een cirkel, met verschillende kleurvlakken. Elke groep gooit met een grote dobbelsteen en verzet dan de pion. De pion is een opbouwpion, het is namelijk een ei. Bij het kleur hoort een bepaalde soort opdracht. Men moet deze opdracht dan samen met de groep gaan uitvoeren. Als men de opdracht gedaan heeft, kan men ‘dingen’ krijgen om hun ei te beschermen. Deze dingen houdt men bij. Op het einde van het spel mogen ze hun ei dan inpakken met de dingen die ze verzamelden en als men ermee naar elkaar gooit mag het niet breken.
Verschillende soorten haltes:
1. Rustmomenten: momenten van energie opladen. Wonderen doen, daar heb je kracht voor nodig!
* Yoga
* Foetus – en Kruishouding
* Inleefverhaal:
Bedoeling: de gasten moeten uitbeelden wat wordt verteld.
Je ligt lekker warm te slapen. Je wordt wakker. Je rekt je uit en geeuwt heel langzaam. Strompelend stap je uit bed. Je opent het raam van je kamer. Je gaat door het raam gaan hangen. Je snuift de frisse buitenlucht op. De ochtendzonnestraaltjes prikken in je ogen. Plots komt het idee in je op om een toertje met de fiets te rijden je hoofd binnen wandelen. Je wandelt naar de badkamer. Je smijt een koude, natte waslap tegen je hoofd. Je springt in je kleren. Je bewondert jezelf nog eens in de spiegel. Je wrijft nog een klak gel door je haren. Je loopt de trap naar beneden. Je smeert een boterham. Je propt die boterham in je mond en springt al kauwend op de fiets. Je komt je buurvrouw tegen. Je knipoogt en zwaait naar haar. Je fietst verder. Je geniet van de mooie dag, de natuur. De bloemen geuren prachtig. Je stapt van je fiets. Je plukt een bloem. Je ruikt eraan en begint helemaal weg te dromen. Je stapt opnieuw op je fiets. De weg gaat omhoog en het wordt heel lastig. Je komt bijna niet meer vooruit want het is snikheet. Het zweet parelt van je voorhoofd. Je veegt het af met je arm. Je bereikt heel langzaam de top. Van daar af gaat het naar beneden. Je laat je volledig gaan. Het gaat enorm snel. Plots is er een scherpe bocht. Je gaat veel te snel. Je vliegt uit de bocht. Je rijdt de graskant in en valt voorover je fiets. Je hoofd raakt iets hard. Je valt bewusteloos. Plots kom je weer bij. Je weet niet hoelang je daar gelegen hebt. Je voelt je nog versuft en begint rond te kijken. Je ziet dat je volledig omringt bent door water. Overal waar je kijkt is er water. Je zit in een bootje te midden van een uitgestrekte zee. Je voelt het water tegen je bootje klutsen. Je raakt in paniek. Je begint te roeien. Het is zeer warm. Plots zie je land. Je bent gered. Je begint sneller te roeien. Na een tijd kom je aan in de brousse. Je hoort allerlei vreemde geluiden. Een boom valt plotseling voor je neer. Je raakt in paniek. Je wil weg maar je ziet geen uitweg. Je weet niet wat je moet doen. Plots zie je een wit licht dat je verblindt. Je wordt aangetrokken door het licht dat je naar een open plek brengt. Plotseling komen allerlei mensen rond je staan. Je wordt meegesleurd en je leeft je uit op de muziek. Je voelt je intens gelukkig. Plots hoor je een gekrijs. Grote zwarte vogels komen op je af. Ze vallen aan in duikvlucht. Je gooit je tegen de grond om de aanval te ontwijken. Je doet je ogen dicht en draait je in een bolletje. Je voelt je hart in je keel bonzen van angst. Plotseling wordt je vastgegrepen door de klauwen van een vogel. Ze nemen je mee en droppen je in de woestijn. Je schrikt en kijkt rond. Overal waar je kijkt is er zand. Je staat op en je begint te wandelen. Het is snikheet en je zweet enorm. Je keel schreeuwt om water. Door de lange wandeling raak je uitgeput. Je begint te slenteren. Plots zie je een oase en je begint te lopen. Je bukt en slurpt gulzig van het water in de oase. Je kan je evenwicht niet meer jouden en valt in de oase. Je verdrinkt. Je kan niet meer om adem happen en verliest je bewustzijn. Plots wordt je wakker. Je voelt een stekende hoofdpijn. Je kijkt rond. Je ligt langs de kant van de weg, voorbij de bocht. Je fiets ligt in de gracht. Je staat op en pakt je fiets. Je rijdt huiswaarts. Je komt thuis en je gaat naar binnen. Uit de koelkast neem je een frisdrank en een zakje chips. Je ploft in de zetel en valt in slaap.
* Zonnegroet:
Ga rechtop staan, voeten evenwijdig aan de schouders, met het gewicht op de hakken. Armen ontspannen naast het lichaam. Doe even de ogen dicht om u te concentreren op het gevoel in uw lichaam. Adem uit.
Adem in en strek uw armen hoog boven uw hoofd.
Adem uit en buig voorover. Zet uw handen naast uw voeten.
Adem in, buig uw rechterbeen, plaats uw linkerbeen naar achteren met de tenen op de grond en kijk recht vooruit. De handen laat u op de grond.
Adem uit en plaats uw rechtervoet naast uw linkervoet. Buig in uw heupen en vorm zo een hoek van 90°.
Laat u zakken tot u plat op uw buik ligt en adem in.
Hef uw hoofd en bekken op, borst blijft op de grond, en adem uit.
Adem in en druk u omhoog op uw armen, maar laat uw bekken laag bij de grond.
Adem uit en duw uw bekken omhoog totdat u weer in de positie komt zoals beschreven bij houding 4.
Adem in, plaats uw rechtervoet tussen uw handen en richt uw hoofd en rug rechtop (houding 3).
Plaats uw linkervoet nu naast uw rechtervoet en adem uit. Deze houding is weer gelijk aan houding 2.
Adem rustig in en kom weer overeind staan.
* Bidden
Samen met de gasten in een kring gaan staan en Onze Vader bidden.
Daarna enkele vraagjes:
Bidt jij soms? Waarom?
Welke plaats is de beste om te bidden?
Waarom zouden mensen bidden?
2. Genezingsverhalen:
* Lamme:
- Via afbeelding raden welk verhaal het is
- Verhaal wordt gelezen:
Toen hij enkele dagen later terugkwam in Kafarnaüm, werd bekend dat hij weer thuis was. Er stroomden zo veel mensen toe dat er zelfs voor de deur geen plaats meer was, en hij verkondigde hun de heilsboodschap. Er werd ook een verlamde bij hem gebracht, die door vier mensen gedragen werd. Omdat ze zich niet door de menigte konden wringen, haalden ze een stuk van het dak weg boven de plaats waar Jezus zat, en toen ze een opening hadden gemaakt, lieten ze de verlamde op zijn draagbed naar beneden zakken. Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Vriend, uw zonden worden u vergeven.’
Er zaten ook een paar schriftgeleerden tussen de mensen, en die dachten bij zichzelf: Hoe durft hij dat te zeggen? Hij slaat godslasterlijke taal uit: alleen God kan immers zonden vergeven! Jezus had meteen door wat ze dachten en dus zei hij: ‘Waarom denkt u zoiets? Wat is gemakkelijker, tegen een verlamde zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op, pak uw bed en loop”? Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei hij tegen de verlamde: ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’ Meteen stond hij op, pakte zijn bed en ging weg; allen die dit zagen, stonden versteld en loofden God. ‘Zoiets hebben we nog nooit gezien,’ zeiden ze.
- Vraagjes:
> Welke zin/fragment vind jij mooi? Waarom?
> Stel dat jij de lamme zou zijn die op draagberrie ligt, hoe zou je je voelen? Wat zou je wensen?
> Stel dat jij de vriend bent van de lamme: Wat zou je doen? Waarom denk je dat de vrienden hem helpen? Is het normaal wat zij voor hun vriend doen?
> Wanneer heb jij je al eens gevoeld dat je niet meer verder kon gaan, als de lamme?
Elkaar dragen kan soms heel belangrijk zijn, als je het moeilijk hebt, is het tof als er iemand is die jou een beetje draagt. Heb je dit al eens mogen meemaken? Wil je daar iets over delen?
* Blinde:
- Via afbeelding wordt geraden welk verhaal het is
- Verhaal wordt verteld:
Bartimeüs is blind. Voor hem is het altijd donker en geheimzinnig om hem heen. Hij ziet nooit wat. Hij ziet de poort van de stad niet waar hij naast zit. Maar hij hoort wel allerlei geluiden. Hij hoort de mensen die de stad Jericho ingaan. Zij komen om te werken. Of om boodschappen te doen. Bartimeüs kan niet goed werken. Hij is blind. Hij moet z’n hand maar ophouden. Sommige mensen geven hem wat. Zo bedelt Bartimeüs elke dag om geld. En daarmee kan hij dan voor zichzelf zorgen. Hoe komt dat toch? Is God soms boos om hem? Is de blinde Bartimeüs misschien een heel slechte man? Nou, niet beter of slechter dan jij en ik. Vandaag, denkt Bartimeüs, heb ik vast een goede dag! Het is zo druk op de weg naar Jericho. Hij weet wel wat al die mensen komen doen. Zij komen niet om te werken en ze komen ook geen boodschappen doen. Deze mensen zijn pelgrims en zij zijn op weg naar een andere stad. Naar Jeruzalem. Maar wat is dat? Nu komt er wel een heel grote stoet aan! Bartimeüs ziet ze niet. Dat kan hij niet. Maar hij hoort ze wel! Wat een voetstappen allemaal! Wat is er aan de hand, vraagt hij. O, Jezus van Nazaret komt eraan, zeggen de mensen.
Wat, zal Jezus voorbij lopen? Als Bartimeüs dat hoort, begint hij meteen te roepen. Hij weet wel wie die Jezus is. Hij heeft al eens van Hem gehoord. Jezus heeft al veel zieke mensen genezen. Bartimeüs roept uit volle borst: JEZUS, ZOON VAN DAVID, HEB MEDELIJDEN MET MIJ!
Dit is mijn kans, denkt hij. Als Jezus hem eens beter maakte! Alles kunnen zien. Nooit meer blind. Zou dat niet geweldig zijn?
JEZUS, ZOON VAN DAVID, HEB MEDELIJDEN MET MIJ!
Hou toch je mond, zeggen er een paar tegen Bartimëus. Roep toch niet zo! Jezus heeft wel iets anders te doen dan naar jou luisteren. Hij is een groot profeet. Jij bent maar een blinde bedelaar. Hij wordt onze koning. Jij telt niet mee. Maar Bartimeüs roept nog harder. Jezus komt voorbij en misschien komt Hij hier nooit meer! Jezus moet hem nu horen.
JEZUS, ZOON VAN DAVID, HEB MEDELIJDEN MET MIJ! Luister eens, er gebeurt wat met die stoet mensen. Ze staan stil! Wat hoort Bartimeüs daar? Is daar Iemand die hem roept? Ja, de mensen van daarnet zeggen het ook. Kom, opstaan blinde Bartimeüs. Jezus zegt, dat je bij Hem mag komen! Hij roept je! Bartimeüs staat snel op. Hij doet zijn lange jas uit. Die zit maar in de weg. Hij wil snel naar Jezus! Een paar mensen helpen hem. Dan staat hij voor Jezus.
Wat wil je dat ik voor je doe, vraagt Jezus vriendelijk. Wil Jezus wat voor hem doen? Nou, Bartimeüs weet wel wat hij wil!
Jezus, ik wil zo graag kunnen zien, zegt hij.
Jezus heeft medelijden met de blinde man. Wat erg dat Bartimeüs blind is. Wat een verdriet. Dan zegt Jezus: Je kan weer zien! Omdat je zoveel op Mij vertrouwt. En inderdaad, Bartimeüs kan zien. Hij kijkt en kijkt… Het eerste wat hij ziet is een vriendelijke Man. Dat is Jezus. En Bartimeüs ziet de blauwe lucht, en de zon, en de vogels. En het groene gras, en de bomen, en… Wat is alles mooi! Bartimeüs is niet meer blind. Hij kan zien. Jezus heeft hem beter gemaakt. Hij bedankt Jezus.
- Vraagjes:
> Welke zin/fragment vind jij mooi? Waarom?
> Hoe denk je dat de blinde zich voelt?
> Ben jij blind voor sommige dingen in wereld?
> Waarvoor sluit jij je ogen?
> Wat maakt je blind?
> Hoe trek je jouw ogen open?
* Lopen over water:
- Via afbeelding wordt geraden welk verhaal het is. (uit koning op een ezel…)
- Verhaal wordt verteld door leiding (uit Koning op een ezel):
'Ik heb zo vreemd gedroomd vannacht’, zei Matteüs.
‘Wat droomde je dan’, vroeg Lucas.
‘Ik droomde dat wij op een nacht in een bootje zaten, samen met de 12 leerlingen van Jezus. Petrus stond aan het roer. Ineens begon het vreselijk te stormen, de golven kwamen huizenhoog op ons af. Het schip kraakte. ‘O God’, riepen we, ‘help ons toch, we verdrinken’’.
‘Zoiets droomde ik ook vaak vroeger’, zei Lucas,’mijn zusje had ook van die angstdromen, dan werd ze gillend wakker. Dan droom je dat je dood gaat, wist je dat? Je zinkt naar de bodem van de zee en je roept en roept, maar niemand hoort je, heel griezelig’.
‘Ja, we waren doodsbang’, zei Matteüs, ‘maar net toen we dachten dat het schip zou breken en dat we in de donkere golven zouden verdwijnen, zagen we een witte gestalte op ons afkomen, een witte man. Hij liep over het water. ‘Een spook’, riep Petrus, ‘een spook’’.
‘Dat is inderdaad een vreemde droom’, zei Lucas, ‘hoe kom je eraan? En wat gebeurde er toen, ik ben benieuwd’.
‘‘Dat is een spook’, zei Petrus, maar toen de witte gestalte dichterbij kwam, zagen we dat het Jezus was. ‘Hou moed’, zei hij,’ ik ben het, niet bang zijn’. En de droom was nog niet uit. Want Petrus wilde dat ook, over het water lopen. ‘Rabbi’, riep hij,’meester, als jij zegt dat ik naar je toe mag komen, dan kom ik’. ‘Kom maar’, zei Jezus. Petrus stapte uit de boot, zette zijn voet op het water, en hij liep, hij liep zomaar naar Jezus. Tot er opeens van opzij een grote golf op hem afkwam. Hij schrok, raakte in paniek, hij dacht, ‘nu verdrink ik’. En op datzelfde moment zonk hij weg in de diepte. Jezus kon hem nog maar net vastpakken en zette hem weer op zijn benen, op het water. ‘Je geloof is wel klein’, zei Jezus, ‘als er even iets gebeurt, ben je meteen doodsbang. Moet je niet zijn! Kom we gaan naar het schip’’.
‘Ik vind het een mooi verhaal’, zei Lucas,’je moet het opschrijven en dan kunnen het voorlezen als we zondag weer bij elkaar komen en samen met anderen het brood breken.’
- Vraagjes:
> Welke zin/fragment vind jij mooi? Waarom?
> In welk personage van het verhaal kan jij je meest vinden?
> Twijfel jij soms ook aan je geloof? Kan je daar iets over vertellen?
> Voor wat ben jij bang?
> Wie is voor jou de grootste vertrouwenspersoon?
> Heb je ooit al eens het gevoel gehad dat je alles aankan, dat je kon lopen over water? > Wanneer en waarom?
* Broodvermenigvuldiging:
- Via afbeelding wordt geraden welk verhaal het is
- Verhaal wordt gelezen:
De mensen kwamen te weten waar Jezus was en gingen hem achterna. Hij liet ze maar weer komen en begon te spreken over de koninklijke heerschappij van God. De dag liep ten einde.
Nu kwamen de 12 naar Jezus toe: ‘Stuur die mensen weg! Laat ze in de dorpen en gehuchten verderop onderdak zoeken en eten. Hier is het woest en eenzaam.
‘Geven jullie hen maar te eten’, antwoordde hij.
‘Wij hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen! Of moeten we voor die massa mensen eten gaan kopen? Ruw geschat zijn het er wel 5000. ‘
‘Laat ze gaan zitten in groepen van zowat vijftig bij elkaar’, beval Jezus.
De twaalf voerden de opdracht uit en gaven ieder zijn plaats.
Nu nam Jezus de 5 broden en 2 vissen. Nadat hij de ogen naar de hemel had opgeslagen, loofde hij God om te danken. Hij brak de broden en gaf ze aan zijn leerlingen om aan de menigte uit te delen. Allen aten ervan tot ze genoeg hadden. Daarna haalde men op wat er nog over was aan brokken: 12 manden vol!
- Vraagjes:
> Welke zin/fragment vind jij mooi? Waarom?
> Begrijp je de boodschap van dit verhaal?
> Ben jij soms wel eens gulzig?
> In de wereld zijn er veel wanverhoudingen: het noorden heeft veel, het zuiden weinig, kunnen wij daar iets aan doen? Welke acties kan je ondernemen?
3. Vertrouwenspersoon (1 iemand op kampterrein): het vraagt vooral vertrouwen om een wonder te doen. Daarom willen we met de groep ook vertrouwensspelen & verbondenheidspelen doen!
Erna mogelijk: nabespreking…(vraagjes: wat vond je moeilijk, spannend, prettig? Heb je groepsdruk gevoeld? Had je het gevoel dat je de anderen kon vertrouwen? Wie zijn voor jou vertrouwenspersonen? Stellingen: Vertrouwen moet je verdienen, vertrouwen is openstaan voor een ander, vertrouwen is geloven in jezelf, vertrouwen is het zich houden aan gemaakte afspraken)
- De gasten moeten geblinddoekt, 2 aan 2, een route afleggen (vertrouwen op ander).
- Irma: De volledige groep ligt naast elkaar in rechte rij. De eerste op handen en voeten, de tweede ligt neer. Iemand moet door de rij kruipen. Als de begeleider ‘IRMA’ roept, moet men veranderen van positie.
- Knuffelcatch: Ga in een kring zitten. 1 iemand moet in het midden. Het is het de bedoeling dat degene in het midden 2 namen roept. Dan moet degene met de 1ste naam, die met de 2de naam kussen en degene met de 2de naam moet proberen die in het midden te kussen. Diegene die heeft kunnen kussen, moet dan in het midden.
- Dokter Knobbel: De groep maakt een lange rij en maakt dan een knoop. Iemand moet de groep uit de knoop halen.
- De groep staat in 2 gelijke rechte rijen, het gezicht naar elkaar toe en de armen in elkaar. Iemand van de groep moet erin springen en de anderen moeten hem vooruit heffen.
- Schootzitten: maak een kring, ga op de schoot van degene achter je gaan zitten en probeer nu zo verder te stappen.
Een stevig stuk touw wordt gebruikt als navelstreng voor heel de groep. Met heel de groep vorm je een cirkel, achter hen wordt een touw gelegd. Iedereen tilt het touw op tot ter hoogte van het achterwerk / staartbeentje. Iedereen zet de voeten een halve meter uit elkaar. Als de begeleider tot drie telt moet iedereen op hetzelfde moment naar achter leunen. Pas als iedereen zich volledig aan de groep geeft lukt dit perfect.
4. EHBO-moment: echt iets leren over mensen genezen. Dus er kan dan iets geleerd worden over eerste hulp bij ongevallen. (reanimatie, verbanden, …)
(met iemand van RK met pop en al…uitleg in groep, op een bepaald tijdstip: nog te bepalen…)






