SPELEN
Pak me dan, als je kan!
(matig)- Stift
- Krijt
- Fluit
- Kegels
- Bal
- Eten + lepels
- Doekjes
- Ballonnen
De deelnemers spelen verschillende soorten variaties op tikker. Per variatie roepen we een winnaar uit: diegene die het beste meespeelde, het langste volhield, het meeste andere kinderen terug ‘redde’,… De leiding kiest zelf welk criterium gebruikt wordt, er kunnen ook meerdere winnaars zijn per spel, of in het begin zelfs iedereen, bijvoorbeeld als iedereen eens goed meespeelde (om hen te belonen en aan te zetten om nog altijd te blijven meespelen).
Steek het spel in thema, wij speelden het op Klein Bivak in thema matrozen en al de matrozen moesten proberen zo veel mogelijk visjes te verdienen.
1. Nummertikker: Alle spelers krijgen een nummer. De speler wiens nummer afgeroepen wordt, begint met tikken. De spelers die getikt worden bevriezen op hun plaats. Wanneer er een ander nummer geroepen wordt, houdt de tikker op en moet de speler wiens nummer geroepen wordt, tikken. De bevroren spelers ontdooien en kunnen weer getikt worden. Je kan het nummer op hun hand schrijven zodat ze de deelnemers het zelf makkelijker onthouden.
2. Cirkeltikker met bal: Iedereen loopt in een afgebakende cirkel, de tikker loopt er buiten en moet proberen de leden in de cirkel te tikken met een bal. De tikker heeft meerdere ballen. Als men getikt is moet men stil staan of kan men ook tikker worden (als het een grote cirkel is).
3. Snijtikker: Tikker A loopt achter speler B aan, maar als speler C tussen hen in loopt, moet tikker A achter speler C lopen. Zo kan je elkaar helpen als een speler moe lijkt te worden want de tikker moet achter de andere speler aanlopen. Zo moet je zorgen dat niemand getikt kan worden door de tikker.
4. Tikker gehandicapt: Als de tikker je kan tikken, moet je jezelf vasthouden op de plaats waar je getikt werd. Bijvoorbeeld: de tikker tikt speler B op de rug, speler B wordt de tikker en moet zijn hand op de rug houden. Tip: niet te groot terrein. Je kan hen hun handicap laten behouden doorheen het spel, ook al zijn ze geen tikker meer.
5. Tikker met de bal: De tikker moet iedereen proberen te tikken, maar als een speler een bal vast heeft kan hij niet getikt worden. De spelers geven de bal door naar elkaar. Meerdere ballen in het spel of een klein terrein zorgt er voor dat het spel sneller gaat. Als men getikt is, is men uit het spel of moet men neerliggen en kan men gered worden als er iemand over hen loopt.
6. Hap en je bent vrij: Iedereen heeft iets om te eten in de hand (bvb een potje yoghurt of een koek). De tikker probeert iemand te tikken, die moet blijven staan en is pas vrij als een andere speler van die zijn eten een hap kan nemen. Als je het met potjes yoghurt speelt, voorzie je voor iedereen een eigen lepel. Wie zijn potje is het eerste leeg?
7. Ajuinentikker: De tikker is de ajuin. Als die iemand tikt, blijft die staan, en begint onbedaarlijk te wenen. Je kan hem bevrijden door hem een doekje te geven (om hem te troosten). Als de tikker iemand tikt die een doekje heeft, geeft die dat af en loopt verder. De doekjes mogen/moeten doorgegeven worden. De tikker steekt de doekjes zichtbaar in zijn broek. De andere leden mogen dan proberen van ze terug te pakken
8. Ballonentikker: Iedereen heeft een ballon en blaast die op, maar knoopt die niet. Iedereen loopt in het rond, als de tikker iemand tikt, moet die persoon de lucht uit zijn ballon laten. Hij kan terug mee spelen als er iemand anders hem tikt terwijl er nog lucht in de ballon zit, of als iemand anders lucht in zijn ballon komt blazen. Eventueel de leiders laten blazen.
9. Cirkeltikker: Op het terrein zijn een aantal cirkels getekend (helft van aantal kindjes). Als je in een cirkel staat, kan je niet getikt worden, maar je mag maar met één iemand in de cirkel staan. Je moet iemand anders er dus uitduwen, maar pas op voor de tikker.
10. Vierkamp: Op het terrein is een vierkant aangeduid met in elke hoek een kegel. Er is één tikker met een bal, de andere deelnemers verdelen zich over de vier kegels (aantal moet niet gelijk zijn). De tikker staat in het midden van het vierkant. Als de leiding fluit, moet iedereen in eenzelfde richting doorlopen naar de volgende kegel. Ondertussen probeert de tikker vanuit het midden van ’t vierkant de lopende spelers te tikken met de bal.
Tips:
- baken het terrein af, dat maakt het spel al iets spannender dan dat ze overal mogen lopen
- maak meerdere tikkers, zodat het spel sneller gaat
- de leiders kunnen ook tikker zijn, soms lastig, maar vorige tips zijn daar een oplossing voor :)






