SPELEN
Natuurquiz - Meerkeuzevragen
(rustig)1.Welk zoogdier maakt de prachtigste bouwwerken in rivieren?
A.Otter
B.Nerts
C.Bever
D.Marter
(antwoord C, Bever)
2.Welke vogel is geen dagroofvogel?
A.Buizerd
B.Bosuil
C.Smient
D.Torenvalk
(antwoord C, Smient, dit is een eendensoort. Een Bosuil is een nachtroofvogel.)
3.Welke inheemse plant eet insecten?
A.Veenbes
B.Venusvliegenval
C.Paardenstaart
D.Zonnedauw
(antwoord D, Zonnedauw. De Venusvliegenval is ook een vleesetende plant maar niet inheems.)
4.Wat is een vliegend hert?
A.Een soort vleermuis
B.Een soort buizerd
C.Een soort kever
D.Een soort ree
(antwoord C, een soort kever)
5.Welk dier is een reptiel?
A.Hazelworm
B.Alpenwatersalamander
C.Bladhaantje
D.Regenworm
(antwoord A, Hazelworm)
6.Welke vogel is geen zangvogel?
A.Nachtegaal
B.Kraai
C.Zomertaling
D.Koolmees
(antwoord C, Zomertaling, dit is een eendensoort. De kraai behoort wel tot de zangvogels.)
7.Wat is geen bestaande plant?
A.Oranje Drieblad
B.Berenklauw
C.Klaverzuring
D.Moeraspirea
(antwoord A, Oranje Drieblad)
8.Welke bloemensoort bestaat niet?
A.Wespbloemigen
B.Lipbloemigen
C.Vlinderbloemigen
D.Schermbloemigen
(antwoord A, de wespbloemigen)
9.Wat is geen vlinder?
A.Witje
B.Blauwtje
C.Groentje
D.Roodje
(antwoord D, Roodje)
10.Welk dier graaft geen holen?
A.Konijn
B.Haas
C.Muskusrat
D.Hamster
(antwoord B, de haas)
11.Wat is een kikkerbeet?
A.Netje om kikkers mee te vangen
B.Dier
C.Plant
D.Insect
(antwoord C, plant)
12.Welke diertjes geven ‘s nachts licht?
A.Glimworpje
B.Vuurvliegje
C.Lantaarntje
D.Gaasvliegje
(antwoord A en B, strikvraag!)
13.Welke muis bestaat niet?
A.Woelmuis
B.Hazelnootmuis
C.Stekelmuis
D.Spitsmuis
(antwoord B, Hazelnootmuis, een hazelmuis bestaat wel)
14.Welke vogel kan ondersteboven langs een stam naar beneden kruipen?
A.Boompieper
B.Boomkruiper
C.Boomklever
D.Boomhanger
(antwoord C, Boomklever)
15.Welk dier bestaat niet?
A.Heldenbok
B.Vliegend hert
C.Franjestaart
D.Ankerhoorn
(antwoord D, Ankerhoorn)
16.Welke plant bestaat niet?
A.Bitterzoet
B.Grote wederik
C.Plaatjesaar
D.Speenkruid
(antwoord C, Plaatjesaar)
17.Welke van de volgende zwammen bestaat niet?
A.Brandzwam
B.Roestzwam
C.Hamerzwam
D.Nestzwam
(antwoord A, Brandzwam)
18.Welke van volgende vogels bestaat niet?
A.Glanskop
B.Matkop
C.Grijskop
D.Zwartkop
(antwoord C, Grijskop)
19.Welke van volgende vogels bestaat niet?
A.Kramsvogel
B.Roetduif
C.Koperwiek
D.Vlaamse gaai
(antwoord B, Roetduif)
20.Hoeveel spinnen zitten er ongeveer in een huis?
A.10-20
B.100-200
C.1000-2000
D.10 000-20 000
(antwoord C, 1000-2000)
21.Welke spin bestaat niet?
A.Deurspin
B.Trechterspin
C.Kogelspin
D.Marmerspin
(antwoord A, deurspin)
22.Welke plant is niet giftig?
A.Vingerhoedskruid
B.Lijsterbes
C.Wolfsmelk
D.Brandnetel
(antwoord D, Brandnetel)
23.Wat is een knuppelpad?
A.Een pad waar je alleen mag lopen met knuppels.
B.Een verhoogd pad uit hout.
C.Een paddensoort die een knuppelvormige tong heeft.
D.Een paddensoort met een knuppelvormig oog.
(antwoord B, een verhoogd pad uit hout)
24.Welk dier is geen knaagdier?
A.Haas
B.Bruine rat
C.Bever
D.Eekhoorn
(antwoord A, Haas)
25.Welk is de meest voorkomende loofboom in Vlaanderen?
A.Populier
B.Zomereik
C.Beuk
D.Berk
(antwoord A, Populier)
26.Welk is de meest voorkomende naaldboom in Vlaanderen?
A.Grove den
B.Lork
C.Spar
D.Taxus
(antwoord A, Grove den)
27.Hoe noemt men een goed zaadjaar bij bomen?
A.Mastjaar
B.Nootjesjaar
C.Oogstjaar
D.Eikeljaar
(antwoord A, Mastjaar)
28.Welke vogels kan je horen lachen in onze bossen en natuurgebieden?
A.Spechten
B.Uilen
C.Duiven
D.Vinken
(antwoord A, Spechten)
29.Wat voor vogel is de draaihals?
A.Zangvogel
B.Watervogel
C.Specht
D.Steltloper
(antwoord C, Specht)
30.Geef een andere naam voor de korenwolf.
A.Hamster
B.Veldmuis
C.Korenbloem
D.Das
(antwoord A, Hamster)
31.Hoe kan een vlinder proeven?
A.met zijn tong
B.met zijn poten
C.met zijn neus
D.niet
(antwoord B, met zijn poten)
32.Hoe ademen insecten?
A.via longen
B.via kieuwen
C.via hun vleugels
D.via buisjes en gaatjes (die men stigmata noemt)
(antwoord D, via buisjes en gaatjes)
33.Hoe noemt het orgaan waarmee vissen blijven ‘zweven’ op dezelfde hoogte?
A.Zweefblaas
B.Zijvinnen
C.Zwemblaas
D.Evenwichtsblaas
(antwoord C, zwemblaas)
34.Welke buisjeszwam kan je opeten?
A.Boleet
B.Bovist
C.Weidechampion
D.Vliegenzwam
(antwoord A, Boleet)
35.Wat is een schijnridder?
A.een mannetjesmerel
B.een jager
C.een paddenstoel
D.een soort forel
(antwoord C, een paddenstoel)
36.Welke kleur hebben sleutelbloemen in de natuur?
A.Geel
B.Rood
C.Blauw
D.Paars
(antwoord A, geel)
37.Hoeveel sporen vormt een reuzenbovist, een witte voetbalgrote paddenstoel?
A.500
B.5000
C.5 miljoen
D.5 miljard
(antwoord D, 5 miljard)
38.Hoe snel graaft een mol zijn gangen?
A.0,5 km/u
B.1 km/u
C.3 km/u
D.5 km/u
(antwoord C, 3km/u)






