SPELEN
Kruiswoordkwartettensuperheldenspel
(hevig)- Groot karton met ingevulde kruiswoordpuzzel
- Dat oningevulde kruiswoordpuzzel 4 maal op een gewoon A4-papier
- 16 balpennen (4 per kamp)
- 4 willekeurige voorwerpen (elk voorwerp 4 keer vb.: 4 ballen, 4 touwen, …)
- Invulformulieren voor de superhelden
- 4 kleuren verf of iets anders dat kan dienen om getallen op de kinderen hun voorhoofd te zetten
- 50 kaartjes per ploeg (elke ploeg een andere kleur)
In elk kamp zit in het begin van het spel:
- 1 oningevulde kruiswoordpuzzel
- 4 balpennen
- Verf of iets anders dat kan dienen om getallen op de kinderen hun voorhoofd te zetten (elk kamp een andere kleur)
- 4 voorwerpen (van elk soort voorwerp 1 stuk)
- 1 invulformulier voor de superhelden
- 50 kaartjes
- 1 moni
Moni's: 6 (5 mag ook, maar dan kan 1 gedeelte van het spel niet doorgaan)
Spelverloop:
De kinderen verdelen zich in 4 groepen (kan ook gebeuren door de moni’s) elke groep gaat zich in het bos vestigen met een kamp. In elk kamp zit 1 moni om te controleren dat alles goed verloopt, dat niemand vals speelt en zodat de kinderen ook altijd gemakkelijk iemand kunnen vinden moest er een gewonde zijn of iets anders aan de hand zijn.
Elke moni die in een kamp zit zet bij aanvang van het spel een nummer op elk kind zijn voorhoofd en geeft iedereen 1 kaartje van de ploeg.
De kinderen krijgen voor de rest niets mee! Geen papier, geen balpen, niets!
In het bos loopt 1 moni rond met een groot ingevuld kruiswoordraadsel op zijn rug. De kinderen moeten proberen om dit te zien zonder dat die moni kan roepen welk getal op het voorhoofd van het kind staat. Wanneer dit toch lukt, moet hij zijn kaartje afgeven aan die moni en in zijn kamp een nieuw kaartje gaan halen.
Wanneer het kind denkt genoeg woorden gezien te hebben en die te kunnen onthouden, gaat hij terug naar het kamp om enkele woorden in te vullen in het kruiswoordraadsel.
Tegelijk zijn er ook papieren aan bomen gehangen in het bos. Op die papieren staat telkens een nummer en een superheld op. Ze moeten dan in het kamp gaan vertellen welke superheld bij welk nummer hoort, zodat ze nog wat extra punten kunnen scoren.
In elk kamp liggen ook 4 verschillende voorwerpen. De bedoeling hiervan is om in andere kampen voorwerpen te gaan stelen en zo proberen 4 voorwerpen van elke soort te hebben in eigen kamp (bv.: 4 ballen, 4 touwen, …). Tegelijk moeten ze natuurlijk ook proberen om hun eigen voorwerpen niet te laten stelen! En het zou al helemaal zonde zijn wanneer ze een reeks van 4 voorwerpen komen stelen.
Als iemand een voorwerp gestolen heeft in een kamp, en iemand anders ziet hem/haar daarmee lopen, dan kunnen ze die persoon tikken. De tikker mag dan kiezen welk spel er gespeeld word: 3x blad steen schaar, of hanengevecht. De winnaar van dat spel krijgt het voorwerp mee naar zijn kamp. We spreken af dat wanneer je net zo’n spel verloren hebt, je de andere persoon niet direct mag volgen, anders blijf je natuurlijk lang bezig.
Als er 6 moni’s zijn, kan er 1 moni steeds rondlopen en proberen de kinderen te tikken. Als hij iemand getikt heeft, kan hij vragen of ze al weten welke superheld bij een nummer hoort. Kunnen ze antwoorden, dan mogen ze verder lopen, kunnen ze niet antwoorden, dan moeten ze hun kaartje afgeven en een nieuw gaan halen in het kamp.
Puntenverdeling:
- Per juist woord van het kruiswoordraadsel: 1 punt.
- Per juiste superheld op nummer: 5 punten
- Per reeks van 4 voorwerpen (bv.: 4 ballen): 15 punten






