SPELEN
het wereldhandelspel
(zwaar)Doel is om in spelvorm een aantal inzichten bij te brengen over rijke en arme landen, over grondstoffenbezit, over werkkrachten en technische kennis, over uitbuiting, over het gevoel van onmacht en niet verder kunnen.
Het speldoel is het maken van zoveel mogelijk driekleurige papieren bloemen met het juiste materiaal.
Ploegen :
2 ontwikkelingslanden :
a) Opper-Rosa bezit bij het begin van het spel 2 verschillende kleuren papier, 1 nijptang, 4 bladen groen karton
b) Nieuw-Lupinea bezit twee kleuren papier, 1 schaar en 4 bladen groen karton
2 rijke landen :
a) Freziarijk bezit 3 nijptangen, 2 kleuren papier, ijzerdraad en houten stelen
b) Bellelgië bezit drie scharen, ijzerdraad, 1 blad groen karton en houten stelen.
De UNO bezit 1 nijptang, 1 schaar, 1 blad groen karton, 2 kleuren papier, ijzerdraad, houten stelen, UNO-onderhandelaars, UNO-blauwhelmen, UNO-boodschappers.
Terreinverdeling :
Spelregels :
Elk land blijft in zijn hoofdstad of op het neutrale UNO-plein. Wie door de blauwhelmen (spelbegeleiding) getikt wordt op het terrein, wordt gedurende tien minuten vastgehouden op het UNO-plein.
Elk land heeft een spion en indien die door een ander land uitgeschakeld wordt (dassenroof of met krijt kruisje op de schoen zetten,...) is er een losgeld van 1 bloem nodig om hem terug vrij te kopen.
Grondstoffen en materiaal kunnen alleen geruild worden onder toezicht van de UNO. Prijzen zijn er niet, die worden door de landen onderling bepaald.
De landen kunnen alleen maar met elkaar praten via geschreven boodschappen, of via één onderhandelaar per land bij de UNO.
Het UNO-bezit wordt verdeeld na het uitvoeren van opdrachten, de UNO beslist wie de grondstof of het materiaal krijgt.
Bij het maken van de bloemen moet het juiste materiaal gebruikt worden :
Uiteraard wordt niet bekend gemaakt wat elke ploeg bezit.
TIP : Tips voor spelbegeleiding :
- Leg de spelregels duidelijk uit, met schema van het speelterrein (hang de spelregels op in het UNO-gebied).
- Als UNO-onderhandelaar, blauwhelm, of -boodschapper kan je voortdurend de spelontwikkeling volgen : stimuleer hier en daar; noteer enkele dingen voor de nabespreking.
- Zorg voor een passende inkleding : UNO-plein met vlaggen, onderhandelingstafel, enz... Laat iedereen zich verkleden volgens de rol die hij speelt in het spel.
TIP : Nabespreking
Liefst in twee grote delen :
- Stoom afblazen over de spelervaringen : wie knutselde wat ? Hoe werkte elk land ? Wie speelde eerlijk ? Wie speelde vals ? Waarom ? Hoe voelde men zich in het land met het materiaal ?
- Tracht te zoeken naar feiten zoals die ook in werkelijkheid gebeuren. Je spelnotities kunnen misschien het gesprek losmaken. Tracht nooit je eigen inzichten op te dringen. Hou je aan de spelervaringen van je leden en aan wat zij daarin aan inzichten terugvinden.






