JeugdWerkNet, dé plek op internet voor jeugdwerkers

Het grote ingewikkelde bosspel

Soort(en):
Thema('s):
Aantal spelers:
9 - 99 spelers, in 3 groep(en)
Leeftijd:
12 - 99 jaar
Terrein:
Duur:
1 uur, 40 minuten
Intensiteit:
hevig (hevig)
Materiaal:
  • 9 vlaggen (3 voor elk land)
  • 5 levens per persoon
  • 3 verschillende kleuren verf
  • potjes voor de verf
  • rebussen
  • touw om land af te bakenen
  • balpennen
  • scorebladeren
  • 2 grote ballen
  • tennisbal
  • emmer
  • badje
  • water
  • washandje of wasdoek
  • droedels
  • kranten
  • dobbelstenen
  • woordenboek
  • springtouw
  • puzzel
  • stok kaarten
  • blokjes om te stapelen
  • aardappel
  • aardappelschiller
  • appels
  • touwen om bal aan vast te maken
  • stoepkrijt
  • step
Uitleg:

Doel van het spel: Zoveel mogelijk rebussen oplossen

Ploegen:
Er zijn 3 ploegen en een centrale commissie (cc). Elke ploeg stelt een land voor en krijgt een stuk van het speelterrein toegewezen. Op dit stuk grond moet elke ploeg een groot terrein (elke land een even groot terrein) afbakenen met midden hierin een kleine cirkel waarin de 3 vlaggen per land liggen. Ieder lid van de ploeg krijgt ook 5 levens (kaartjes).

Verloop:
Na het startsignaal gaat ieder op zichzelf op zoek naar het land van de andere ploegen. (1speler blijft in het land en is de verdediger van hun land) Op hun weg naar de andere landen, kunnen ze uigedaagd worden door de leden van een ander land. Als dit gebeurt, moeten ze verplicht 'blad-steen-schaar' doen. De winnaar van dit spel krijgt1leven van de andere speler. En elk van hen zet de tocht verder. De enige manier om bij de vlag te geraken (dus binnen in het land geraken), is het land zo snel moglijk doorkruisen ( dus lopen naar de middelste cirkel waar de vlaggen liggen). Als de aanvaller getikt wordt door de verdediger van het land, moet de aanvaller onmiddelijk het vreemde land verlaten!!! Als men dan toch 1 van de vlaggen heeft kunnen bemachtigen, mogen ze vrij het land verlaten, maar eenmaal uit een land te zijn, kan je weer uitgedaagd worden door een andere speler. De winnaar krijgt de vlag. Het is de bedoeling om zo sel mogelijk met de vlag naar je eigen land te geraken. Aangekomen in je eigen land met de vlag, moet je een verfstip van je eigen landkleur op je gezicht zetten en je naar de centrale commissie begeven ( op weg van je eigne land naar de cc, kan men niet uitgedaagd worden door een ander land). Aan gekomen bij de cc, moet men een opdrachtje uitvoeren en krijgt men 10 punten als de opdracht geslaagd is. Men mag de stip dan afwassen van het gezicht en get spel begint voor deze speler opnieuw.

Het doel van het spel is nog steeds zoveel mogelijk rebussen oplossen. Deze rebussen kan men kopen voor 45 punten bij de cc.

Hoe verzamel je nu die punten?

  • Een vlag tot bij de cc brengen ( met een verfstip op het gezicht) --> 25 punten
  • Een leven van een ander land tot bij de cc brengen --> 8 punten
  • Een spel na het brengen van de vlag bij de cc --> 13 punten

Opdrachtjes:

- 1 minuut op 1 been staan
- 5 verschillende blaadjes zoeken in het bos in 2 minuten
- Met een bal tussen de knieëngeklemd, zigzaggen tussen de bomen zonder de bal te laten vallen
- 5x met een tennisbal in een emmer gooien
- droedel oplossen
- binnen de 2 minuten het woord pesten in een krant zoeken
- zing een liedje
- met een dobbelsteen 6 gooien
- een woord raden door naar de beschrijving te luisteren (woordenboek)
- 1 minuut 90° zitten
- 50x touwspringen
- puzzel maken
- blokje om lopen
- sprinten
- stok kaarten sorteren
- 1 minuut in volgende houding gaan staan: linkerduim tegen neus, linker elleboog op de opgetilde rechterknie en linkerhiel omhoog
- leiding, met dobbelsteen in de hand met gestrekte arm, staan tegenover lid (heeft handen op de rug). Leiding laat dobbelsteen vallen, lid moet deze vangen. 3x
- met dobbelsteen in 1 minuut 50 gooien
- zo hoog mogelijke stapel blokjes op je hand stapelen als de speler stopt moet hij de toren met gestrekte arm 1 minuut rechtouden ( dit laatste vertel je het lid pas als hij stopt met stapelen).
- aardappel een bepaalde afstand rollen met je neus
- appel schillen: de schil moet zo'n lang mogelijk stuk zijn
- Al staande tegen een bal stampen, na elke geslaagde poging wordt de bal steeds wat hoger gehongen, tot de persoon de bal niet meer kan raken.
- Met een step een parcours afleggen

Bijlage(s):
door Pieter De Clercq van Jeugdwerknet vzw
14/01/2008 | 11954 bezoeker(s)
DeliciousDiggStumbleUponFacebookTwitterGoogle