JeugdWerkNet, dé plek op internet voor jeugdwerkers

Ganzenbosspel

Thema('s):
Aantal spelers:
10 - 30 spelers, in 6 groep(en)
Leeftijd:
6 - 12 jaar
Terrein:
Duur:
2 uren
Intensiteit:
zwaar (zwaar)
Materiaal:

- een ganzenbord
- twee dobbelstenen
- evenveel pionnen als er groepjes zijn
- 52 kaartjes met aan de voorkant duidelijk het nummer en aan de achterkant de opdracht
- materiaal om de opdrachten uit te voeren (vb.papier en schrijfgerei)

Dit is een spel uit Kiekebos, handboek voor bosvriendelijk spelen

Uitleg:

doel

Door te dobbelen en opdrachtjes uit te voeren zo vlug mogelijk in de speelzone belanden.

speluitleg

Tweeënvijftig opdrachtjes hangen verspreid in het bos. Het spel gaat net zoals bij gewoon ganzenspel: de begeleider houdt op de centrale plaats het ganzenbord en de dobbelstenen bij. De spelers gooien met de twee dobbelstenen, verzetten hun pion en mogen dan de opdracht gaan zoeken die overeenkomt met het nummer waar ze terechtkomen. Vergeet geen opdrachtjes zoals ’ga 12 plaatsen achteruit’ en ‘nog eens gooien’ De kaartjes moeten tot het einde van het spel op hun plaats blijven hangen. De spelers voeren telkens de opdracht uit onder toezicht van een begeleider. Als de opdracht goed uitgevoerd is, mogen ze terug met de dobbelstenen gooien en hun volgende opdracht zoeken. Wie eerst in de speelzone (bij 52) aankomt, wint en mag een spel kiezen om met de hele groep te spelen.

Mogelijke opdrachten:

  • zoek 5 dennenappels
  • schrijf de namen op van 5 dieren die beginnen met de letter …
  • zoek een kruipend bosdier, een vliegend bosdier, een zwam, een boom en een bloem/plant met de letter …
  • speerwerpen met een tak
  • met een boomstamschijf zo dicht mogelijk naar een voorwerp rollen
  • een kastanje-aan-touwtje wegslingeren
  • boomstam-kantelen (boomstam optillen en een salto laten maken)
  • op een cassette zijn 5 ‘bosgeluiden’ opgenomen: vogel, omvallende boom, wind/storm … Kan je ze herkennen?
  • maak een herbarium van 5 soorten bladeren, met naam!
  • zoek zo snel mogelijk dit natuurproduct op (eikel, regenworm, denappel ...)
  • duizendpoot: Ga allemaal achter elkaar zitten met de benen over de schouders van de persoon voor je. Probeer verder te lopen op je handen.’
  • boom worden: Je bent een zaadje waar een mooie grote boom uit groeit. Maak je eerst piepklein. Langzaam ga je groeien en groeien. Je krijgt grote takken. Je blaadjes bewegen in de wind. Het waait zachtjes. Het stormt heel hard. Langzaam wordt het weer stil.
  • speel petanque met eikels en kastanjes
  • beestjes zoeken: Zoek wat kriebel-krabbel-kruip-beestjes. Kijk onder stenen, onder hout en tussen bladeren op de grond. Met een loeppotje kun je ze heel goed bekijken.
  • knikker met eikels en kastanjes door poortjes van houten stokjes
  • Wat hoort bij elkaar? Bijvoorbeeld: kastanjeblad - kastanje, denappel - dennentak, bessen - bessentak, waterplant - water, eikel - Vlaamse gaai, hazelnoot - eekhoorn, beukennoot - muis, stinkzwam - strontvlieg, kleefkruid - vos …
  • Wat hoort hier niet thuis? Leg in een bepaald gebiedje van te voren verschillende dingen, die niet in het bos horen (zoals spelmateriaal, afval, gebruiksvoorwerpen … ). Vinden de spelers alles terug?
  • mikado: Verzamel ongeveer 50 takken van ± 60 cm lengte. Houd de bundel takken verticaal in je armen en laat pardoes vallen. De eerste speler moet takken van de stapel pakken, met eventueel de hefstok, zonder de andere te bewegen. Beweegt er een andere tak dan is de volgende speler aan de beurt. Wie heeft er op het eind de meeste takken?
  • nabootsspelen: paard in draf, paard in galop, springende kangoeroe, trippelende muis, springende kikker, vogel met klapperende vleugels …
  • Maak een voeldoos door in een schoenendoos een rond gat te maken. Doe er dan wat dingen in uit de natuur. Laat de spelers één voor één in de doos voelen (zonder kijken). Kunnen ze raden wat er allemaal in de doos zit?
  • Maak wat bakjes met wat dingen die ruiken, zoals tijm, vlier, natte bosgrond … Wie kan geblinddoekt de geuren thuisbrengen?
  • Zoek je partner aan de hand van geluiden: iedere speler krijgt een kaartje waar een geluid op geschreven staat (bv. uil, eekhoorn, specht, bosmuis, wolf …). Van elk geluid zijn er 2 kaartjes. De spelers maken het geluid dat op hun kaartje staat. Er mag niet gesproken worden. Wie vindt het vlugst zijn partner?
  • kimspel: De groep wordt in twee verdeeld. Elk groepje zoekt een kort traject (max. 20 meter) dat ze helemaal inspecteren en waarvan ze zich elk detail proberen in te prenten. Wanneer beide groepen hier mee klaar zijn, keren ze terug naar het vertrekpunt. Groep A brengt nu 10 veranderingen aan het traject van groep B aan en omgekeerd (dit kan bv. zijn: een steen aan de andere kant leggen, denappels onder een loofboom leggen …). Nu probeert elke groep de veranderingen op zijn traject op te sporen.
Bijlage(s):
door Stien Claerhout van Chiro Kris-Kras Wielsbeke
14/08/2007 | 9937 bezoeker(s)
DeliciousDiggStumbleUponFacebookTwitterGoogle