JeugdWerkNet, dé plek op internet voor jeugdwerkers

SPELEN

estafettespelen

Soort(en):
Thema('s):
Aantal spelers:
8 - 99 spelers, in 1 groep(en)
Leeftijd:
1 - 99 jaar
Terrein:
Duur:
15 minuten
Intensiteit:
extreem (extreem)
Materiaal:
Uitleg:

Tussen A en B, de loopafstand, worden eventueel hindernissen ingebouwd. Op het teken lopen de nummers 1 van elke groep om het keerpunt B en terug, terwijl ze de hindernissen nemen of de opdracht uitvoeren, dan tikken ze de nummers 2 aan die naar punt B lopen, enz... tot alle spelers van een ploeg aan de beurt geweest zijn, of tot een opdracht volledig uitgevoerd is.

Mogelijke opdrachten in estafette-vorm :

- Telefoonboekspel :
Elke groep krijgt een lijst met een aantal namen en adressen. Elke speler pikt er een naam uit. Bij punt B ligt een telefoonboek. De speler zoekt het nummer op en onthoudt het tot hij weer bij punt A aankomt. Daar pas mag hij het nummer opschrijven.Als een groep klaar is, moet gecontroleerd worden of alle nummers kloppen. Indien niet, moeten de foute nummers opnieuw opgezocht worden.

- Zwemles :
De spelers moeten telkens een duikbril, een zwemband en zwemvliezen aantrekken en zo het parcours afleggen

- Valiezenestafette :
Speler 1 gaat naar het keerpunt, waar een koffer ligt met kleren in. Daar doet hij één kledingstuk aan, bv. een jas. Daarmee keert hij terug. Speler 2 doet de jas aan, gaat in de koffer een tweede kledingstuk nemen en trekt het aan, bv. een sjaal. Dit geeft hij dan beide door aan speler 3, die ze aantrekt en bv. een hoed gaat halen. Het spel gaat zo door tot de laatste speler terugkeert met alle kledingstukken aan.

- Blinde estafette :
De spelers leggen het parcours geblinddoekt af, geholpen door hun ploeg, die aanwijzingen roept vanaf de startlijn.

- Ringwerpen :
Bij punt B probeert de speler in drie beurten een ring over een kegel te gooien. Als hem dat lukt, krijgt zijn groep bonuspunten.

- Alfabetspel :
Bij punt B wordt voor elke groep een blad en een stift neergelegd. Op elk blad staat een willekeurige letter. De spelers moeten telkens de volgende letter van het alfabet opschrijven tot ze weer bij de beginletter zijn.

- Scrabble :
Bij punt B mag de speler een letterblokje uit een zak nemen zonder te kijken. Als de laatste speler met zijn letter terug is, heeft de ploeg nog een minuut tijd om met de overgebrachte letterblokjes een zo lang mogelijk woord te vormen. De ploeg die het eerst was bij het estafettespel, mag -als bonus- één letter terug in het zakje leggen en (ook zonder kijken) een andere letter nemen.

- Koningsbal-estafette :
De groepjes staan in rijen naast elkaar opgesteld. Voor elke rij, op ongeveer 3 m afstand, staat één speler, de koning. Hij staat met zijn gezicht naar de rij toe, met een bal in de handen.

Op teken werpt de koning de bal naar nummer 1. Deze werpt de bal terug en gaat op de grond zitten. Vervolgens werpt de koning nummer 2 de bal toe, deze werpt de bal terug en gaat ook zitten. Het spel gaat zo verder, tot de laatste speler de bal krijgt, terugwerpt en gaat zitten. Als de bal op de grond terechtkomt, begint de groep opnieuw.

- Levende spaghettislinger :
Speler 1 vertrekt, rent rond punt B (evt. met hindernissen), keert terug en neemt speler 2 bij de hand. Beide doen de omloop, keren terug, nemen speler 3 bij de hand, enz... tot alle spelers van een ploeg in een lange sliert het parcours afleggen. Wie aan het uiteinde van de sliert hangt, moet uitkijken dat hij niet valt. Als de sliert ergens losraakt, moet de ploeg van vooraf aan herbeginnen.

- Drie bakstenen estafette :
Speler 1 staat met elke voet op een baksteen. Zijn voeten mogen de grond nooit raken. Dan schuift hij een derde steen naar voor, zet er een voet op, neemt de vrijgekomen steen, schuift die naar voor, zet er een voet op, enz... tot hij bij punt B komt. Dan loopt hij met zijn drie stenen terug en geeft ze door aan speler 2.

- Straatskieën :
Op twee lange latten spijker je op gelijke afstanden van elkaar vier lussen van rolluiklint vast, waar je je voet kunt insteken. Dan neem je met z"n vieren achter elkaar plaats op de skilatten. Je neemt elkaar stevig in het middel vast. De voorman roept "links, rechts" (zeer belangrijk) en mooi in de maat schuif je met de latten langs het parcours. Niet zo gemakkelijk !

- Go-cart-estafette :
Dit is heel leuk op een hobbelig terrein met hindernissen.

- Volgende estafettespelen vind je terug op de fiche "Waterspelen" :
* De waterwipplank * De handige kelner * Kruiwagen * Waterschieten * Handdoekwringen - Droog overlopen :
Voor dit spel verwijzen we naar de fiche "Spelen in de regen".

- Stelt-estafette, stelt-ballonprikken :
Vind je op de fiche "Steltlopen".

- Fiets-estafette :
Zie fiche "Spelen met de fiets".

Bijlage(s):
door Kris Vuerinckx van De Klinker
01/01/2003 | 36892 bezoeker(s)
DeliciousDiggStumbleUponFacebookTwitterGoogle