JeugdWerkNet, dé plek op internet voor jeugdwerkers

buiten-spel

Soort(en):
Thema('s):
Aantal spelers:
10 - 99 spelers, in 1 groep(en)
Leeftijd:
16 - 25 jaar
Terrein:
Duur:
2 uren, 30 minuten
Intensiteit:
zwaar (zwaar)
Materiaal:
zie elk spel appart
Uitleg:

Speluitleg
HET SPEL

Verloop
Gedurende twee uur wordt het spel zeer actief gespeeld. Tijdens het spel worden gewoon de spelregels gevolgd, zonder verdere uitleg. Naderhand is er een nabespreking waarin alles wordt besproken en uitgelegd.
Begeleiding
De spelleiding coordineert het hele gebeuren. Elke stap in het spel gaat via hen. Zij delen de opdrachten uit en controleren ook of deze goed uitgevoerd worden. Zij delen de ballen uit, ruilen ze om voor de producten.
Rollen en eigenschappen
1 Rollen
Elk individu heeft binnen zijn/haar ploeg een rol: speler, coach, voorzitter, sponser, supporter.
1.1 Eigenschappen
Bij elke rol hoort een persoonlijk doel en karaktereigenschap (koppig of toegeeflijk. . . ). Niet iedereen heeft evenveel te zeggen binnen een sportploeg. Dus krijgen de deelnemers naast de twee bovenstaande elementen ook nog een aantal stemmen. Al deze gegevens staan op de kaartjes bijgevoegd in dit pakket. Gedurende het spel moeten de ploegen de opdrachten uitvoeren. De ballen die ze daarmee winnen, kunnen ze omruilen tegen producten in de sportshop. Bij deze keuze moeten de individuen zich inleven in hun personages (zijn ze koppig dan houden ze vast aan hun belangen, zijn ze toegeeflijk dan strijden ze niet voor hun belangen). Bij de keuze in de shop worden de stemmen gebruikt.
1.2 Media
Naast de verschillende sportploegen is er ook nog een apart team van twee personen. Zij vertegenwoordigen de media (radio, tv, krant, …) De opdracht van deze twee journalisten luidt als volgt: voortdurend nieuws brengen (ook al is er niet echt iets te melden); één van hen moet zich vooral bezig houden met de directie, de sponsors en de bedrijven hierachter, de andere belicht vooral het ethische aspect. De artikels, … moeten niet lang zijn. Best korte artikels met enkele krachtige slagzinnen. Wanneer een ploeg in het nieuws komt met een positief artikel, verdient hij drie ballen, wanneer er echter een negatief bericht verschijnt, verliest hij drie ballen.

Plaats
Het spel wordt buiten gespeeld op een terrein/veld. Alle ploegen en het mediateam krijgen een aparte plaats waar ze hun materiaal (uitzendapparatuur, sponsorplakkaten, . . ) kwijt kunnen en waar ze de opdrachten voor 1 ploeg uitvoeren. In het midden van het terrein moet er voldoende plaats zijn om de opdrachten voor twee ploegen te kunnen uitvoeren.

Sportshop
De ploegen kunnen hun gewonnen ballen omruilen voor deze voorwerpen.

Producten Waarden in ballen Aantal in stock
Schoon T-shirt 2 1 per speler
Schone short 2 1 per speler
Schone sokken 2 1 per speler
Schone short 2 1 per speler
Schone sokken 2 1 per speler
Schone sokken 2 1 per speler
Schone schoenen 2 1 per speler
Sponsorcontract 5 + 1 bal extra per winnende opdracht 2 per ploeg
Loonverhoging voor de spelers 5 + 1 bal extra per winnende opdracht 1 per ploeg
Positief artikel in de media 3
Negatief artikel in de media -3

Inkleding
Om het spel extra kracht te gven is de inkleding zeer belangrijk. Enkele voorstellen:
- Bij het verwerven van een sponsorcontract krijgt de ploeg een (groot) reclamebord
- De mediastand moet opvallen: namaakuitzendapparatuur, krantenmuur, koptelefoontjes met micro (rietjes, elastiekjes en nietjes)
- Etalage met alle producten die ze kunnen aankopen voor de ballen

Nabespreking
Eerst moeten de deelnemers de gelegenheid krijgen om hun opmerkingen, bevindingen, eventuele frustraties, … de vrije loop te laten. Vervolgens kan de spelleiding uitleggen vanwaar het spel komt (korte voorstelling Schone Kleren Campagne) en waarom het spel op deze manier gespeeld wordt.

DE HANDLEIDING

1 Verloop
1.1 Speluitleg geven
1.2 Ploegen indelen
- Deelnemers indelen in groepen van minstens 6 personen en een mediateam van 2 personen.
- De ploegen kiezen een naam en zorgen dat hun team herkenbaar is (strepen op hun gezicht, allemaal rode kousen, . . . ).
- Elke deelnemer kiest een rol en vult zijn/haar naam in op de ploegenfiche; zeker 5 verschillende rollen kiezen.
1.3 Opdrachten kiezen
- De ploegen beslissen of ze een opdracht met eigen ploeg of een opdracht met 2 ploegen willen spelen.
- Een opdracht met eigen ploeg: de coach gaat naar de spelleiding en vraagt een opdracht.
- Een opdracht met 2 ploegen: de coach gaat op zoek naar een andere ploeg die wil samenspelen en de coaches gaan dan naar de spelleiding en vragen dan een opdracht.
- De spelleiding kiest een opdracht uit en legt die dan uit aan de ploegen.

1.4 Spelen en winnen
- De ploeg speelt of de 2 ploegen spelen. Aan het einde geeft de spelleiding de gewonnen ballen aan de voorzitter.
- Verschillende opdrachten kunnen tergelijkertijd gespeeld worden, afhankelijk van het aantal spelleiders, ploegleiders en materiaal.

1.5 Producten kopen
- De ploegen kunnen zelf kiezen wanneer ze iets willen kopen uit de sportshop. Als ze beslist hebben, zeggen ze wat ze willen voor een nieuwe opdracht.
- De ploegen kunnen ook met elkaar zaken doen via de voorzitter maar dan mogen ze onderhandelen over de prijs.

1.6 Media
- De 2 journalisten volgen het spel en de gesprekken in de ploegen. met andere woorden, ze lopen van hier naar daar.
- Als een journalist 'nieuws' gevonden heeft, schrijft hij/zij het kort op een blad en gaat ermee naar de spelleiding. . Bij de volgende opdracht krijgt de betrokken ploeg de verdiende ballen of moet de ploeg ballen inleveren.
- Het nieuwsbericht word op de nieuwsmuur gehangen door de spelleiding.

1.7 Score
- De voorzitter houd de gekochte producten en gewonnen ballen bij.

1.8 Einde
- Na 2 uur legt de spelleiding het spel stil.
- De ploegen tellen de waarde van hun gekochte voorwerpen: de losse ballen tellen niet mee
- De ploeg met de grootste waarde van de gekochte producten wint.

Begeleiding
Dit is een cruciaal element in dit spel. Het spel is opgebouwd uit verschillende elementen en die vereisen een goeie coordinatie. De leiding moet echt duidelijk maken aan de deelnemers dat ze zich moeten inleven in hun personage en dat ze niet op hun eigen gevoel spelen. Ze moeten er op toezien dat de regels gevolgd worden, dat opdrachten verdeeld en zo goed mogeljk uitgevoerd worden. Ze kunnen het spel ook bijsturen waar nodig is als bijvoorbeeld blijkt dat een opdracht te moeilijk is kunnen de vooropgestelde tijden aangepast worden. De rollen zijn belangrijk om het spel een realiteitsdimensie te geven. Hiermee willen we aantonen dat in de wereld van sponsering sommige belangen meer invloed hebben dan anderen. Het is een echte machtsstrijd en dit bemoeilijkt de strijd voor schone kleren enorm. De voorzitter wil zoveel mogelijk sponsorcontracten binnenrijven, maar een speler daarentegen wil sporten in een dynamische sportoutfit. De voorzitter en sponser hebben een pak meer stemmen dan een speler, dus zal er eerder voor een spoinsorcontract gezorgd worden.

Media
Ook dit is gerealiseerd op de realiteit. Hiermee willen we het belang en de invloed ven de media aantonen. In de media kan men het zich helemaal niet veroorloven geen nieuws te brengen. Dus worden soms dingen verzonnen. Journalisten hebben ook hun voorkeur voor bepaalde onderwerpen. Bepaalde onderwerpen krijgen veel meer aandacht in de pers omdat er hogere belastingen mee gemoeid zijn, ander nieuws komt er moeilijker in omdat het de andere belangen in discretie brengt. Eén van de producten uit de sportshop is een positief artikel in de media. Met zo'n artikel kan een ploeg een aantal ballen terugverdienen. Dit is een vertaling van het feit dat zakenmannen bereid zijnveel te betalen voor reclame omdat ze er ook veel aan kunnen verdienen. Het is belangrijk dat de spelleiding de opdrachten voor de 2 journalisten goed uitlegt voordat het spel begint; kies eventueel hevige deelnelmers voor deze rol.

Opdrachten
De ploegen moeten zoveel mogelijk opdrachten uitvoeren om ballen te winnen. Met de opdrachten tussen 2 groepen zijn er meer ballen te verdienen. Dit drukt het belang uit van het imago in de competitie. De winnende ploeg kan met de verdiende ballen sponsorcontracten, nieuwe spelers aankopen. De verliezende ploeg kan dat op dat moment niet. Het imago van de winnende ploeg word beter naar de supporters toe.

Tips voor de begeleiding
1 Het spel
- Bereid alles tijdig voor
- Controleer het materiaal op voorhand
- Speel de verschillende ploegen tegen elkaar uit
- Herhaal regelmatig de tussenstand
- De journalisten moeten artikels schrijven die reacties uitlokken.
- Neem het spel goed door en zorg daét je begrijpt wat je wel en niet mag doen tijdens de verschillende delen van het spel. De inkleding houdt wel wat kknutselwerk in maar dat geeft het spel extra kracht.
- Stimuleer zoveel mogelijk enthousiasme en competitiedrang in dit spel.
- Zorg dat de ploegen niet teveel dezelfde opdrachten moeten uitvoeren.

2 Het gesprek
- Wanneer het gesprzek moeilijk op gang komt mag de spelleider het gesprek stimuleren maar zeker niet sturen.
- Laat het gesprek beginnen met eerste gevoelens die opkomen bij de deelnemers naar aanleiding van het spel. -Vervolgens kunnen daaraan andere thema's opgehangen worden.
- Als de gespreksleider iets wil zeggen over een bepaald onderwerp moet hij het duidelijk stellen dat dit zijn eigen mening is en dat die niet per definitie juist is.
- Zorg dat iedereen aan bod komt en laat niet toe dat veelsprekers het gesprek in handen nemen.
- Doe dit voorzichtig en tactisch, vat een lange tussenkomst samen en las dan een vragenronde in.
- Doe dit alleen wanneer je voelt als een aantal mensen niet aan bod komen.
- Wanneer tussenkomsten niet duidelijk zijn maakt de gespreksleider best een samenvatting zodat iedereen weer mee is.
- Laat iedereen uitspreken.
- Zorg dat het gesprek niet teveel van het thema afwijkt.
Naam: _______________________ Rol: VOORZITTERDoel: onduidelijkEigenschap: wisselvallig, beinvloedbaarAantal stemmen: 4 Naam: _______________________Rol: COACHDoel: zo snel mogelijk volledige outfitEigenschap: sociaal, schiet metiedereen opAantal stemmen: 4
Naam: _______________________Rol: SPONSORDoel: zo snel mogelijksponsorcontractEigenschap: kan goed overleggenAantal stemmen: 5 Naam: _______________________Rol: SPONSORDoel: zo snel mogelijksponsorcontractEigenschap: kan goed overleggenAantal stemmen
Naam: _______________________rol: SUPPORTERDoel: zo veel mogelijk prestaties neerzettenEigenschap: gejaagdAantal stemmen: 1 Naam: _______________________rol: SUPPORTERDoel: zo veel mogelijk prestaties neerzettenEigenschap: gejaagdAantal stemmen: 1
Naam: _______________________Rol: SPELERDoel: hoog loon verdienenEigenschap: koppig, luiAantal stemmen: 2 Naam: _______________________Rol: SPELERDoel: hoog loon verdienenEigenschap: koppig, luiAantal stemmen: 2

5+Sponsorcontract 5+Sponsorcontract 5Loonsverhoging
3Short 3T-shirt 3Sokken 3Sportschoenen
3Short 3T-shirt 3Sokken 3Sportschoenen
3Short 3T-shirt 3Sokken 3sportschoenen
3Short 3T-shirt 3Sokken 3Sportschoenen
3Short 3T-shirt 3Sokken 3Sportschoenen
3Short 3T-shirt 3Sokken 3Sportschoenen
3Short 3T-shirt 3Sokken 3Sportschoenen
3Short 3T-shirt 3Sokken 3Sportschoenen

TENNIS 1 PLOEG

Borst en kin
Tennisbal tussen borst en kin de hele ploeg doorgeven, zonder te laten vallen.
Materiaal: tennisbal
Punten: 3

Emmerbal
Zet een emmer klaar. De deelnemers gaan achter een lijn staan op een 5 tal meter. Elke speler krijgt drie pogingen om de tennisbal in de emmer te gooien. De ploeg mag maximaal 20 keer proberen.
Materiaal: 1 emmer, tennisbal.
Punten: 3 als de ploeg in totaal 10 keer de tennisbal i de emmer kan gooien.

Een minuut
De spelers staan in een cirkel. Om beurt slaan ze de tennisbal een minuut omhoog. zodra een speler denkt dat de minuut om is geeft hij de bal aan de volgende speler en gaat zitten. Niemand mag iets zeggen. De spelleider controleert op een chronometer. Als de laatste gaat zitten, stopt de tijd.
Materiaal: tennisbal, tennisracket, chronometer.
Punten: 3 als de spelers in totaal niet meer dan 20 sec. te lang of te kort getennist hebben.

VOETBAL 1 PLOEG

Cirkels
Maak met 3 stukken touw 3 cirkels op het terrein. Elke speler krijgt nu 3 pogingen om de bal in de cirkel te trappen. De ploeg mag maximaal 20 keer proberen.
Materiaal: 1 voetbal, 3 stukken touw.
Punten: 3 als in totaal de bal 10 keer in de cirkels blijft liggen.

Eendenrace
Maak een parcours met hindernissen(flessen om tussen te slalommen, stoel om over te kruipen, grote doos om doorheen te kruipen). Om beurten moeten de spelers het parcours al dribbelend afleggen, met zwemvliezen.
Materiaal: voetbal, stoel, grote doos.
Punten: 3 als iedereen in xxx tijd binnen is.

Blinddoek
Zet 5 flessen met tussenafstand op een rij. Elke deelnemer moet geblinddoekt slalommen met de bal tot het einde, mag dan de blinddoek uitdoen, terugwandelen en de blinddoek aan de volgende geven. De andere spelers mogen instructies geven.
Materiaal: voetbal, 5 flessen, blinddoek.
Punten: 3 als iemand een fles omver trapt.

BASKET 1 PLOEG

Terreinbal
De spelers verspreiden zich over het hele vekd. De spelers gooien de bal naar elkaar. 3 maal de volledige ploeg rond zonder de bal te laten vallen.
Materiaal: basketbal
Punten: 3
Layup
De spelers hebben elk 3 pogingen om met de bal een layup(aanlopen van links of rechts naar de basketring, afstoten en schieten) te scoren.
Materiaal: basketbal en -ring.
Punten: 3 voor evenveel gelukte pogingen als spelers.

Tussen 2 buiken
2 deelnemers klemmen de bal tussen hun buiken. Zo stappen ze naar de andere kant van het terrein en terug. 4 duo's voeren deze opdracht uit zonder de bal te laten vallen.
Materiaal: basketbal
Punten: 3 voor 4 maal heen en terug. .

TENNIS 2 PLOEGEN

Balsprookje
De spelers zitten in een kring. In het midden ligt een tennisbal. De spelleider begint een verhaal te vertellen. Iedereen luistert. Als de verteller het woord 'bal' gebruikt (samenstellingen, zoals bijvoorbeeld 'ballon' tellen niet), mag iedereen proberen de tennisbal te pakken.
Materiaal: tennisbal
Punten: 5 voor de ploeg die het snelst 10 keer de bal kan pakken

Slagbal
De spelers van ploeg A zijn om beurt aan slag. Hiervoor gaan ze op de stip stan. 3 meter van de stip staat een emmer met een bewaker van ploeg B. Elke speler van A mag proberen 2 tennisballen in de emmer te gooien maar een bewaker van ploeg b probeert met zijn baseballknuppel de ballen weg te slaan. Daarna de ploegen wisselen.
Materiaal: 2 tennisballen, baseballknuppel, emmer
Punten: 5 voor de ploeg die het meest tennisballen in de emmer kan gooien.

Lepelkoers
De 2 ploegen gaan op een rij achter elkaar staan. De eerste speler van elke ploeg heeft een eetlepel in de mond met daarin een tennisbal. Op 5 meter voor de ploegen staat een fles. Bij het startsein vertrekken de spelers en wandelen rond de fles - linksom de ene ploeg en rechtsom de andere - en keren terug. Bij aankomst geven ze de lepel en tennisbal aan de volgende speler. KAls de spelers elkaar onderweg tegenkomen, mogen ze elkaar hinderen. Telkens de tennisbal valt, moet de speler terugkeren naar de start en herbeginnen.
Materiaal: 2 tennisballen, 2 eetlepels, 1 fles
Punten: 5 voor de ploeg die het eerst alle spelers laat aankomen (uiteraard gelijk aantal spelers in beide ploegen).

Kemphanen
Een tennisbal ligt aan de andere kant van het terrein. Alle spelers staan op een rij, op één been met armen voor de borst gevouwen. Bij het startsein mogen ze naar de overkant huppelen en proberen tegen de bal te shcoppen. De spelers mogen ook elkaar omver duwen. De speler die zijn evenwicht niet meer kan houden en de tweede voet op de grond zet, is uitgeschakeld.
Materiaal: 1 tennisbal
Punten: 5 voor de ploeg die het eerst 5 keer tegen de bal kan trappen.

VOETBAL 2 PLOEGEN

Uitschakelen
Op het terrein worden 2 velden afgebakend, verdeeld door een lijn. De 2 ploegen staan op hun veld. Wie de bal krijgt, probeert iemand van de andere ploeg te raken. De bal mag hierbij niet eerst de grond raken. Wie geraakt is, is uitgeschakeld. Over en weer gooiend, proberen de 2 ploegen elkaar uit te schakelen.
Materiaal: voetbal
Punten: 5 voor de ploeg die als laatste overblijft

De gevaarlijke kwal
Alle spelers geven elkaar de hand en vormen een kring. In het midden ligt een voetbal - een kwal. Iedereen trekt en duwt, zonder elkaars handen los te laten om iemand van de andere ploeg de kwal te doen raken. Wie de kwal raakt, gaat aan de kant staan.
Materiaal: voetbal
Punten: 5 voor de ploeg die als laatste overblijft.

Stoelpotenspel
De spelers staan in een ruime kring. In het midden staan 2 stoelen waarop een bewaker van elke ploeg zit. De spelers in de kring spelen de bal naar elkaar door en proberen hem door de stoelpoten van de andere ploeg te trappen. De bewakers mogen de stoel enkel met hun benen bewaken, niet met hun handen.
Materiaal: voetbal, 2 stoelen
Punten: 5 punten voor de ploeg die het snelst 5 punten scoort

Chinees voetbal
De spelers staan door elkaar in een kring met de benen gespreid en de voeten tegen elkaar. Ze proberen de bal tussen de benen van een speler van de andere ploeg te rollen maar die mag met zijn handen de ruimte tussen zijn benen afschermen. De bal tussen de benen van de buur rollen mag niet. Wanneer de bal tussen de benen va neen speler rolt, is de speler af.
Materiaal: voetbal
Punten: 5 punten voor de ploeg die overblijft

Zakkegelen
De spelers gaan per ploeg achter elkaar op een rij staan. Voor elke ploeg staat een 10-tal meter verder een fles. De eerste van elke ploeg gaat in een jutezak staan en legt de bal klaar. Bij het startsein proberen de zaklopers al huppelend hun bal voort te schoppen tot aan de kegel. Dan nemen ze de bal onder de arm en huppelen terug en geven de bal aan de volgende speler.
Materiaal: 2 voetballen, 2 flessen
Punten: 5 voor de ploeg die eerst aankomt (gelijk aantal spelers!)

BASKET 2 PLOEGEN

Zwembandbasket
Van elke ploeg houdt 1 speler een zwemband vast; deze speler mag vrij rondlopen. De spelers proberen de bal in de zwemband van hun eigen ploeg te gooien. De andere ploeg probeert de basketbal af te pakken en zelf te scoren.
Materiaal: basketbal, 2 zwembanden
Punten: 5 voor de ploeg die het snelst 5 keer scoort

Nummerbal
De spelleider geeft elke speler een nummer zodat dezelfde nummers in beide ploegen voorkomen. De spelleider staat in het midden, roept een nummer en gooit de bal in de lucht. De spelers van ploeg A en ploeg B met dat nummer proberen de bal te pakken. Op die manier laat de spelleider alle nummers aan bod komen. Eén speler heeft eventueel 2 nummers als het aantal spelers niet gelijk is.
Materiaal: basketbal
Punten: 5 voor de ploeg die het meest de bal kan pakken; bij gelijke punten nog 1 nummer extra roepen

Veilige bal
De spelers lopen over het terrein. Van elke ploeg heeft 1 speler een bal vast. Elke ploeg duidt een tikker aan. De tikkers proberen de spelers van de andere ploeg te tikken. Maar wie een bal heeft, kan niet getikt worden. Als iemand getikt wordt, wordt de tikker vervangen door iemand anders en herbegint het spel.
Materiaal: 2 basketballen
Punten: 5 punten voor de ploeg die het eerst 5 spelers van de andere ploeg kan tikken.

Doosbal
In het midden staat een grote doos met daarnaast een bewaker van elke ploeg. De spelers mogen passen geven naar elkaar maar niet lopen met de bal in handen. De bewakers proberen de bal tegen te houden als een speler van de andere ploeg in de doos probeert te gooien. Als de bewakers de bal in de doos gooien / als laatste aanraken voor de bal in de doos valt, is dat een 'own goal'.
Materiaal: basketbal, grote doos
Punten: 5 voor de ploeg die het snelst 5 keer scoort

Koningsbal
De spelers van elke ploeg gaan op een rij achter elkaar staan. Elke ploeg heeft een koning. Die heeft de bal en staat een 3-tal meter voor zijn ploeg. Bij het startsein gooit elke koning de bal naar de eerste van zijn ploeg. Die speler vangt de bal, gooit hem terug en gaat zitten. Dan gooit de koning naar de tweede speler. En zo het hele rijtje af.
Materiaal: 2 basketballen
Punten: 5 voor de ploeg die eerst zit

Doel
Het is de bedoeling dat de deelnemers naar eigen aanvoelen (volgens het personage dat ze spelen) het spel spelen en achteraf hun bevindingen met elkaar uitwisselen. Tijdens het spel mag er dus geen verdere uitleg gegeven worden, enkel de spelregels. De spelers moeten achteraf geconfronteerd kunnen worden met de beslissingen die tijdens het spel genomen zijn. Een ploeg heeft bv 6 ballen gewonnen en gaat die omwisselen in de sportshop. Na de stemming wordt er gekozen voor het sponsorcotract en niet voor de schone sokken; in de nabespreking geeft de spelleiding dan de uitleg dat het er in werkelijkheid ook zo aan toe gaat, want macht en eigenbelangen winnen het van het ethische. De ploeg met de meeste ballen is in feite winnaar van het spel. Maar in de nabespreking word dan bekeken welke voorwerpen zij uit de sportshop gehaald hebben. Zijn het de ethische schone kleren of hebben ze gekozen voor de voorwerpen die meer opbrengen in de ploeg? De uiteindelijke vraag die zich stelt is wie er nu eindelijk de winnaar is.

Omschrijving
Met 'Buiten-spel' wil de Schone Kleren Campagne jongeren op een sportieve manier laten kennismaken welke belangen er allemaal op het spel staan in de wereld van de grote sportmerken. Pas als het spel gespeeld is wordt er gediscussieerd. Omdat voetbal, tennis en basket populaire sporten zijn waar de sportmerken ook een dikke vinger in de pap hebben, gebeuren de opdrachten in dit spel met voet-, tennis-, en basketballen.

Inkleding
HET SPEL

Verloop
Gedurende twee uur wordt het spel zeer actief gespeeld. Tijdens het spel worden gewoon de spelregels gevolgd, zonder verdere uitleg. Naderhand is er een nabespreking waarin alles wordt besproken en uitgelegd.
Begeleiding
De spelleiding coordineert het hele gebeuren. Elke stap in het spel gaat via hen. Zij delen de opdrachten uit en controleren ook of deze goed uitgevoerd worden. Zij delen de ballen uit, ruilen ze om voor de producten.
Rollen en eigenschappen
1 Rollen
Elk individu heeft binnen zijn/haar ploeg een rol: speler, coach, voorzitter, sponser, supporter.
1.1 Eigenschappen
Bij elke rol hoort een persoonlijk doel en karaktereigenschap (koppig of toegeeflijk. . . ). Niet iedereen heeft evenveel te zeggen binnen een sportploeg. Dus krijgen de deelnemers naast de twee bovenstaande elementen ook nog een aantal stemmen. Al deze gegevens staan op de kaartjes bijgevoegd in dit pakket. Gedurende het spel moeten de ploegen de opdrachten uitvoeren. De ballen die ze daarmee winnen, kunnen ze omruilen tegen producten in de sportshop. Bij deze keuze moeten de individuen zich inleven in hun personages (zijn ze koppig dan houden ze vast aan hun belangen, zijn ze toegeeflijk dan strijden ze niet voor hun belangen). Bij de keuze in de shop worden de stemmen gebruikt.
1.2 Media
Naast de verschillende sportploegen is er ook nog een apart team van twee personen. Zij vertegenwoordigen de media (radio, tv, krant, …) De opdracht van deze twee journalisten luidt als volgt: voortdurend nieuws brengen (ook al is er niet echt iets te melden); één van hen moet zich vooral bezig houden met de directie, de sponsors en de bedrijven hierachter, de andere belicht vooral het ethische aspect. De artikels, … moeten niet lang zijn. Best korte artikels met enkele krachtige slagzinnen. Wanneer een ploeg in het nieuws komt met een positief artikel, verdient hij drie ballen, wanneer er echter een negatief bericht verschijnt, verliest hij drie ballen.

Plaats
Het spel wordt buiten gespeeld op een terrein/veld. Alle ploegen en het mediateam krijgen een aparte plaats waar ze hun materiaal (uitzendapparatuur, sponsorplakkaten, . . ) kwijt kunnen en waar ze de opdrachten voor 1 ploeg uitvoeren. In het midden van het terrein moet er voldoende plaats zijn om de opdrachten voor twee ploegen te kunnen uitvoeren.

Sportshop
De ploegen kunnen hun gewonnen ballen omruilen voor deze voorwerpen.

Producten Waarden in ballen Aantal in stock
Schoon T-shirt 2 1 per speler
Schone short 2 1 per speler
Schone sokken 2 1 per speler
Schone short 2 1 per speler
Schone sokken 2 1 per speler
Schone sokken 2 1 per speler
Schone schoenen 2 1 per speler
Sponsorcontract 5 + 1 bal extra per winnende opdracht 2 per ploeg
Loonverhoging voor de spelers 5 + 1 bal extra per winnende opdracht 1 per ploeg
Positief artikel in de media 3
Negatief artikel in de media -3

Inkleding
Om het spel extra kracht te gven is de inkleding zeer belangrijk. Enkele voorstellen:
- Bij het verwerven van een sponsorcontract krijgt de ploeg een (groot) reclamebord
- De mediastand moet opvallen: namaakuitzendapparatuur, krantenmuur, koptelefoontjes met micro (rietjes, elastiekjes en nietjes)
- Etalage met alle producten die ze kunnen aankopen voor de ballen

Nabespreking
Eerst moeten de deelnemers de gelegenheid krijgen om hun opmerkingen, bevindingen, eventuele frustraties, … de vrije loop te laten. Vervolgens kan de spelleiding uitleggen vanwaar het spel komt (korte voorstelling Schone Kleren Campagne) en waarom het spel op deze manier gespeeld wordt.

DE HANDLEIDING

1 Verloop
1.1 Speluitleg geven
1.2 Ploegen indelen
- Deelnemers indelen in groepen van minstens 6 personen en een mediateam van 2 personen.
- De ploegen kiezen een naam en zorgen dat hun team herkenbaar is (strepen op hun gezicht, allemaal rode kousen, . . . ).
- Elke deelnemer kiest een rol en vult zijn/haar naam in op de ploegenfiche; zeker 5 verschillende rollen kiezen.
1.3 Opdrachten kiezen
- De ploegen beslissen of ze een opdracht met eigen ploeg of een opdracht met 2 ploegen willen spelen.
- Een opdracht met eigen ploeg: de coach gaat naar de spelleiding en vraagt een opdracht.
- Een opdracht met 2 ploegen: de coach gaat op zoek naar een andere ploeg die wil samenspelen en de coaches gaan dan naar de spelleiding en vragen dan een opdracht.
- De spelleiding kiest een opdracht uit en legt die dan uit aan de ploegen.

1.4 Spelen en winnen
- De ploeg speelt of de 2 ploegen spelen. Aan het einde geeft de spelleiding de gewonnen ballen aan de voorzitter.
- Verschillende opdrachten kunnen tergelijkertijd gespeeld worden, afhankelijk van het aantal spelleiders, ploegleiders en materiaal.

1.5 Producten kopen
- De ploegen kunnen zelf kiezen wanneer ze iets willen kopen uit de sportshop. Als ze beslist hebben, zeggen ze wat ze willen voor een nieuwe opdracht.
- De ploegen kunnen ook met elkaar zaken doen via de voorzitter maar dan mogen ze onderhandelen over de prijs.

1.6 Media
- De 2 journalisten volgen het spel en de gesprekken in de ploegen. met andere woorden, ze lopen van hier naar daar.
- Als een journalist 'nieuws' gevonden heeft, schrijft hij/zij het kort op een blad en gaat ermee naar de spelleiding. . Bij de volgende opdracht krijgt de betrokken ploeg de verdiende ballen of moet de ploeg ballen inleveren.
- Het nieuwsbericht word op de nieuwsmuur gehangen door de spelleiding.

1.7 Score
- De voorzitter houd de gekochte producten en gewonnen ballen bij.

1.8 Einde
- Na 2 uur legt de spelleiding het spel stil.
- De ploegen tellen de waarde van hun gekochte voorwerpen: de losse ballen tellen niet mee
- De ploeg met de grootste waarde van de gekochte producten wint.

Begeleiding
Dit is een cruciaal element in dit spel. Het spel is opgebouwd uit verschillende elementen en die vereisen een goeie coordinatie. De leiding moet echt duidelijk maken aan de deelnemers dat ze zich moeten inleven in hun personage en dat ze niet op hun eigen gevoel spelen. Ze moeten er op toezien dat de regels gevolgd worden, dat opdrachten verdeeld en zo goed mogeljk uitgevoerd worden. Ze kunnen het spel ook bijsturen waar nodig is als bijvoorbeeld blijkt dat een opdracht te moeilijk is kunnen de vooropgestelde tijden aangepast worden. De rollen zijn belangrijk om het spel een realiteitsdimensie te geven. Hiermee willen we aantonen dat in de wereld van sponsering sommige belangen meer invloed hebben dan anderen. Het is een echte machtsstrijd en dit bemoeilijkt de strijd voor schone kleren enorm. De voorzitter wil zoveel mogelijk sponsorcontracten binnenrijven, maar een speler daarentegen wil sporten in een dynamische sportoutfit. De voorzitter en sponser hebben een pak meer stemmen dan een speler, dus zal er eerder voor een spoinsorcontract gezorgd worden.

Media
Ook dit is gerealiseerd op de realiteit. Hiermee willen we het belang en de invloed ven de media aantonen. In de media kan men het zich helemaal niet veroorloven geen nieuws te brengen. Dus worden soms dingen verzonnen. Journalisten hebben ook hun voorkeur voor bepaalde onderwerpen. Bepaalde onderwerpen krijgen veel meer aandacht in de pers omdat er hogere belastingen mee gemoeid zijn, ander nieuws komt er moeilijker in omdat het de andere belangen in discretie brengt. Eén van de producten uit de sportshop is een positief artikel in de media. Met zo'n artikel kan een ploeg een aantal ballen terugverdienen. Dit is een vertaling van het feit dat zakenmannen bereid zijnveel te betalen voor reclame omdat ze er ook veel aan kunnen verdienen. Het is belangrijk dat de spelleiding de opdrachten voor de 2 journalisten goed uitlegt voordat het spel begint; kies eventueel hevige deelnelmers voor deze rol.

Opdrachten
De ploegen moeten zoveel mogelijk opdrachten uitvoeren om ballen te winnen. Met de opdrachten tussen 2 groepen zijn er meer ballen te verdienen. Dit drukt het belang uit van het imago in de competitie. De winnende ploeg kan met de verdiende ballen sponsorcontracten, nieuwe spelers aankopen. De verliezende ploeg kan dat op dat moment niet. Het imago van de winnende ploeg word beter naar de supporters toe.

Tips voor de begeleiding
1 Het spel
- Bereid alles tijdig voor
- Controleer het materiaal op voorhand
- Speel de verschillende ploegen tegen elkaar uit
- Herhaal regelmatig de tussenstand
- De journalisten moeten artikels schrijven die reacties uitlokken.
- Neem het spel goed door en zorg daét je begrijpt wat je wel en niet mag doen tijdens de verschillende delen van het spel. De inkleding houdt wel wat kknutselwerk in maar dat geeft het spel extra kracht.
- Stimuleer zoveel mogelijk enthousiasme en competitiedrang in dit spel.
- Zorg dat de ploegen niet teveel dezelfde opdrachten moeten uitvoeren.

2 Het gesprek
- Wanneer het gesprzek moeilijk op gang komt mag de spelleider het gesprek stimuleren maar zeker niet sturen.
- Laat het gesprek beginnen met eerste gevoelens die opkomen bij de deelnemers naar aanleiding van het spel. -Vervolgens kunnen daaraan andere thema's opgehangen worden.
- Als de gespreksleider iets wil zeggen over een bepaald onderwerp moet hij het duidelijk stellen dat dit zijn eigen mening is en dat die niet per definitie juist is.
- Zorg dat iedereen aan bod komt en laat niet toe dat veelsprekers het gesprek in handen nemen.
- Doe dit voorzichtig en tactisch, vat een lange tussenkomst samen en las dan een vragenronde in.
- Doe dit alleen wanneer je voelt als een aantal mensen niet aan bod komen.
- Wanneer tussenkomsten niet duidelijk zijn maakt de gespreksleider best een samenvatting zodat iedereen weer mee is.
- Laat iedereen uitspreken.
- Zorg dat het gesprek niet teveel van het thema afwijkt.
Naam: _______________________ Rol: VOORZITTERDoel: onduidelijkEigenschap: wisselvallig, beinvloedbaarAantal stemmen: 4 Naam: _______________________Rol: COACHDoel: zo snel mogelijk volledige outfitEigenschap: sociaal, schiet metiedereen opAantal stemmen: 4
Naam: _______________________Rol: SPONSORDoel: zo snel mogelijksponsorcontractEigenschap: kan goed overleggenAantal stemmen: 5 Naam: _______________________Rol: SPONSORDoel: zo snel mogelijksponsorcontractEigenschap: kan goed overleggenAantal stemmen
Naam: _______________________rol: SUPPORTERDoel: zo veel mogelijk prestaties neerzettenEigenschap: gejaagdAantal stemmen: 1 Naam: _______________________rol: SUPPORTERDoel: zo veel mogelijk prestaties neerzettenEigenschap: gejaagdAantal stemmen: 1
Naam: _______________________Rol: SPELERDoel: hoog loon verdienenEigenschap: koppig, luiAantal stemmen: 2 Naam: _______________________Rol: SPELERDoel: hoog loon verdienenEigenschap: koppig, luiAantal stemmen: 2

5+Sponsorcontract 5+Sponsorcontract 5Loonsverhoging
3Short 3T-shirt 3Sokken 3Sportschoenen
3Short 3T-shirt 3Sokken 3Sportschoenen
3Short 3T-shirt 3Sokken 3sportschoenen
3Short 3T-shirt 3Sokken 3Sportschoenen
3Short 3T-shirt 3Sokken 3Sportschoenen
3Short 3T-shirt 3Sokken 3Sportschoenen
3Short 3T-shirt 3Sokken 3Sportschoenen
3Short 3T-shirt 3Sokken 3Sportschoenen

TENNIS 1 PLOEG

Borst en kin
Tennisbal tussen borst en kin de hele ploeg doorgeven, zonder te laten vallen.
Materiaal: tennisbal
Punten: 3

Emmerbal
Zet een emmer klaar. De deelnemers gaan achter een lijn staan op een 5 tal meter. Elke speler krijgt drie pogingen om de tennisbal in de emmer te gooien. De ploeg mag maximaal 20 keer proberen.
Materiaal: 1 emmer, tennisbal.
Punten: 3 als de ploeg in totaal 10 keer de tennisbal i de emmer kan gooien.

Een minuut
De spelers staan in een cirkel. Om beurt slaan ze de tennisbal een minuut omhoog. zodra een speler denkt dat de minuut om is geeft hij de bal aan de volgende speler en gaat zitten. Niemand mag iets zeggen. De spelleider controleert op een chronometer. Als de laatste gaat zitten, stopt de tijd.
Materiaal: tennisbal, tennisracket, chronometer.
Punten: 3 als de spelers in totaal niet meer dan 20 sec. te lang of te kort getennist hebben.

VOETBAL 1 PLOEG

Cirkels
Maak met 3 stukken touw 3 cirkels op het terrein. Elke speler krijgt nu 3 pogingen om de bal in de cirkel te trappen. De ploeg mag maximaal 20 keer proberen.
Materiaal: 1 voetbal, 3 stukken touw.
Punten: 3 als in totaal de bal 10 keer in de cirkels blijft liggen.

Eendenrace
Maak een parcours met hindernissen(flessen om tussen te slalommen, stoel om over te kruipen, grote doos om doorheen te kruipen). Om beurten moeten de spelers het parcours al dribbelend afleggen, met zwemvliezen.
Materiaal: voetbal, stoel, grote doos.
Punten: 3 als iedereen in xxx tijd binnen is.

Blinddoek
Zet 5 flessen met tussenafstand op een rij. Elke deelnemer moet geblinddoekt slalommen met de bal tot het einde, mag dan de blinddoek uitdoen, terugwandelen en de blinddoek aan de volgende geven. De andere spelers mogen instructies geven.
Materiaal: voetbal, 5 flessen, blinddoek.
Punten: 3 als iemand een fles omver trapt.

BASKET 1 PLOEG

Terreinbal
De spelers verspreiden zich over het hele vekd. De spelers gooien de bal naar elkaar. 3 maal de volledige ploeg rond zonder de bal te laten vallen.
Materiaal: basketbal
Punten: 3
Layup
De spelers hebben elk 3 pogingen om met de bal een layup(aanlopen van links of rechts naar de basketring, afstoten en schieten) te scoren.
Materiaal: basketbal en -ring.
Punten: 3 voor evenveel gelukte pogingen als spelers.

Tussen 2 buiken
2 deelnemers klemmen de bal tussen hun buiken. Zo stappen ze naar de andere kant van het terrein en terug. 4 duo's voeren deze opdracht uit zonder de bal te laten vallen.
Materiaal: basketbal
Punten: 3 voor 4 maal heen en terug. .

TENNIS 2 PLOEGEN

Balsprookje
De spelers zitten in een kring. In het midden ligt een tennisbal. De spelleider begint een verhaal te vertellen. Iedereen luistert. Als de verteller het woord 'bal' gebruikt (samenstellingen, zoals bijvoorbeeld 'ballon' tellen niet), mag iedereen proberen de tennisbal te pakken.
Materiaal: tennisbal
Punten: 5 voor de ploeg die het snelst 10 keer de bal kan pakken

Slagbal
De spelers van ploeg A zijn om beurt aan slag. Hiervoor gaan ze op de stip stan. 3 meter van de stip staat een emmer met een bewaker van ploeg B. Elke speler van A mag proberen 2 tennisballen in de emmer te gooien maar een bewaker van ploeg b probeert met zijn baseballknuppel de ballen weg te slaan. Daarna de ploegen wisselen.
Materiaal: 2 tennisballen, baseballknuppel, emmer
Punten: 5 voor de ploeg die het meest tennisballen in de emmer kan gooien.

Lepelkoers
De 2 ploegen gaan op een rij achter elkaar staan. De eerste speler van elke ploeg heeft een eetlepel in de mond met daarin een tennisbal. Op 5 meter voor de ploegen staat een fles. Bij het startsein vertrekken de spelers en wandelen rond de fles - linksom de ene ploeg en rechtsom de andere - en keren terug. Bij aankomst geven ze de lepel en tennisbal aan de volgende speler. KAls de spelers elkaar onderweg tegenkomen, mogen ze elkaar hinderen. Telkens de tennisbal valt, moet de speler terugkeren naar de start en herbeginnen.
Materiaal: 2 tennisballen, 2 eetlepels, 1 fles
Punten: 5 voor de ploeg die het eerst alle spelers laat aankomen (uiteraard gelijk aantal spelers in beide ploegen).

Kemphanen
Een tennisbal ligt aan de andere kant van het terrein. Alle spelers staan op een rij, op één been met armen voor de borst gevouwen. Bij het startsein mogen ze naar de overkant huppelen en proberen tegen de bal te shcoppen. De spelers mogen ook elkaar omver duwen. De speler die zijn evenwicht niet meer kan houden en de tweede voet op de grond zet, is uitgeschakeld.
Materiaal: 1 tennisbal
Punten: 5 voor de ploeg die het eerst 5 keer tegen de bal kan trappen.

VOETBAL 2 PLOEGEN

Uitschakelen
Op het terrein worden 2 velden afgebakend, verdeeld door een lijn. De 2 ploegen staan op hun veld. Wie de bal krijgt, probeert iemand van de andere ploeg te raken. De bal mag hierbij niet eerst de grond raken. Wie geraakt is, is uitgeschakeld. Over en weer gooiend, proberen de 2 ploegen elkaar uit te schakelen.
Materiaal: voetbal
Punten: 5 voor de ploeg die als laatste overblijft

De gevaarlijke kwal
Alle spelers geven elkaar de hand en vormen een kring. In het midden ligt een voetbal - een kwal. Iedereen trekt en duwt, zonder elkaars handen los te laten om iemand van de andere ploeg de kwal te doen raken. Wie de kwal raakt, gaat aan de kant staan.
Materiaal: voetbal
Punten: 5 voor de ploeg die als laatste overblijft.

Stoelpotenspel
De spelers staan in een ruime kring. In het midden staan 2 stoelen waarop een bewaker van elke ploeg zit. De spelers in de kring spelen de bal naar elkaar door en proberen hem door de stoelpoten van de andere ploeg te trappen. De bewakers mogen de stoel enkel met hun benen bewaken, niet met hun handen.
Materiaal: voetbal, 2 stoelen
Punten: 5 punten voor de ploeg die het snelst 5 punten scoort

Chinees voetbal
De spelers staan door elkaar in een kring met de benen gespreid en de voeten tegen elkaar. Ze proberen de bal tussen de benen van een speler van de andere ploeg te rollen maar die mag met zijn handen de ruimte tussen zijn benen afschermen. De bal tussen de benen van de buur rollen mag niet. Wanneer de bal tussen de benen va neen speler rolt, is de speler af.
Materiaal: voetbal
Punten: 5 punten voor de ploeg die overblijft

Zakkegelen
De spelers gaan per ploeg achter elkaar op een rij staan. Voor elke ploeg staat een 10-tal meter verder een fles. De eerste van elke ploeg gaat in een jutezak staan en legt de bal klaar. Bij het startsein proberen de zaklopers al huppelend hun bal voort te schoppen tot aan de kegel. Dan nemen ze de bal onder de arm en huppelen terug en geven de bal aan de volgende speler.
Materiaal: 2 voetballen, 2 flessen
Punten: 5 voor de ploeg die eerst aankomt (gelijk aantal spelers!)

BASKET 2 PLOEGEN

Zwembandbasket
Van elke ploeg houdt 1 speler een zwemband vast; deze speler mag vrij rondlopen. De spelers proberen de bal in de zwemband van hun eigen ploeg te gooien. De andere ploeg probeert de basketbal af te pakken en zelf te scoren.
Materiaal: basketbal, 2 zwembanden
Punten: 5 voor de ploeg die het snelst 5 keer scoort

Nummerbal
De spelleider geeft elke speler een nummer zodat dezelfde nummers in beide ploegen voorkomen. De spelleider staat in het midden, roept een nummer en gooit de bal in de lucht. De spelers van ploeg A en ploeg B met dat nummer proberen de bal te pakken. Op die manier laat de spelleider alle nummers aan bod komen. Eén speler heeft eventueel 2 nummers als het aantal spelers niet gelijk is.
Materiaal: basketbal
Punten: 5 voor de ploeg die het meest de bal kan pakken; bij gelijke punten nog 1 nummer extra roepen

Veilige bal
De spelers lopen over het terrein. Van elke ploeg heeft 1 speler een bal vast. Elke ploeg duidt een tikker aan. De tikkers proberen de spelers van de andere ploeg te tikken. Maar wie een bal heeft, kan niet getikt worden. Als iemand getikt wordt, wordt de tikker vervangen door iemand anders en herbegint het spel.
Materiaal: 2 basketballen
Punten: 5 punten voor de ploeg die het eerst 5 spelers van de andere ploeg kan tikken.

Doosbal
In het midden staat een grote doos met daarnaast een bewaker van elke ploeg. De spelers mogen passen geven naar elkaar maar niet lopen met de bal in handen. De bewakers proberen de bal tegen te houden als een speler van de andere ploeg in de doos probeert te gooien. Als de bewakers de bal in de doos gooien / als laatste aanraken voor de bal in de doos valt, is dat een 'own goal'.
Materiaal: basketbal, grote doos
Punten: 5 voor de ploeg die het snelst 5 keer scoort

Koningsbal
De spelers van elke ploeg gaan op een rij achter elkaar staan. Elke ploeg heeft een koning. Die heeft de bal en staat een 3-tal meter voor zijn ploeg. Bij het startsein gooit elke koning de bal naar de eerste van zijn ploeg. Die speler vangt de bal, gooit hem terug en gaat zitten. Dan gooit de koning naar de tweede speler. En zo het hele rijtje af.
Materiaal: 2 basketballen
Punten: 5 voor de ploeg die eerst zit

Bijlage(s):
door Pieter De Clercq van Jeugdwerknet vzw
18/08/2003 | 30381 bezoeker(s)
DeliciousDiggStumbleUponFacebookTwitterGoogle