JeugdWerkNet, dé plek op internet voor jeugdwerkers

Alarm in het bos

Thema('s):
Aantal spelers:
5 - 30 spelers, in 2 groep(en)
Leeftijd:
6 - 16 jaar
Terrein:
Duur:
2 uren
Intensiteit:
zwaar (zwaar)
Materiaal:

- kaartjes met naam en/of tekening van bos- en zoodieren

- touw om kooi voor zoodieren af te bakenen

Dit is een spel uit Kiekebos, handboek voor bosvriendelijk spelen

Uitleg:

Doel

De ontsnapte zoodieren zoeken en vangen om hen terug naar hun kooi te brengen zodat ze het leven van de bosdieren niet verstoren.

Inkleding

Groot alarm in het bos! Enkele dieren uit de naburige dierentuin zijn ontsnapt uit hun kooien en zitten nu in het bos. In het bos zitten natuurlijk ook de natuurlijke bewoners van het bos, de echte bosdieren. Er wordt gevreesd dat de zoodieren het bos gaan inpalmen, het eten van de bosdieren zullen oppeuzelen, de slaapplaatsen van die dieren zullen innemen … We moeten er dus snel bij zijn en proberen de zoodieren zo snel mogelijk te vangen. Het probleem is dat de dieren goed verstopt zitten in het bos en dat ze zich gecamoufleerd hebben zodat ze op bosdieren lijken. We merken dus niet onmiddellijk of het een bosdier is of een dier dat uit de zoo komt. We moeten er telkens achter komen welk dier het is. Dan pas weten we of we het dier moeten inrekenen of niet. Dit is dus de taak van de hoofdbewaker en zijn helpers.

Speluitleg

De spelleiding zorgt voor een aantal kaartjes waar de naam en/of tekening van een dier op staat: de helft bosdieren, de andere helft zoodieren.
Voorbeelden van bosdieren zijn: konijn, bunzing, eekhoorn, houtduif, ree, bosmuis, vos, uil, specht, buizerd, havik, boomkruiper, vuursalamander, boommarter, vliegend hert, Vlaamse gaai, everzwijn, boskrekel …
Voorbeelden van dieren uit de zoo zijn: giraf, krokodil, olifant, aap, zebra, flamingo, neushoorn, dolfijn, leeuw, tijger, ijsbeer …

Je kan de spelers zelf laten kiezen of ze een bosdier of een zoodier willen zijn of een helper van de hoofdbewaker (= begeleider). Zich verkleden en schminken in een bos- of zoodier kan aan het eigenlijke spel voorafgaan.

De hoofdbewaker en zijn helpers vertrekken op zoek naar de dieren. Volgens de bewaker zijn er heel gevaarlijke dieren bij. Daarom moeten ze steeds in één groep lopen. Als ze een dier ontdekken, moeten ze het proberen te vangen door er een grote cirkel rond te vormen (door elkaar de hand te geven).

Eenmaal het dier gevangen, toont het zijn kaartje. Zo zien de bewakers welk dier ze gevangen hebben.

Als ze een bosdier gevangen hebben, moeten ze het terug loslaten en mag dit met de bewakers mee op zoek gaan naar de zoodieren. Hebben ze een zoodier gevangen, dan moeten ze dit terug naar de kooi van de zoo brengen (ze brengen het dier naar een vooraf afgebakende plaats in het bos). De gevangen zoodieren kunnen echter opnieuw ontsnappen: als een zoodier dat nog niet gevangen is tot bij de gevangen zoodieren kan komen, zijn deze vrij. Ze mogen zich dan opnieuw in het bos verstoppen. De bewaker en zijn helpers zullen deze dieren opnieuw moeten vangen.

Bijlage(s):
door Stien Claerhout van Chiro Kris-Kras Wielsbeke
24/03/2003 | 39252 bezoeker(s)
DeliciousDiggStumbleUponFacebookTwitterGoogle