De 10 Geboden
1. Actief luisteren en aandacht hebben voor het gedrag of de uiting
Je negeert de persoon die een racisisch getinte uitlating had niet maar je stelt je open en actief luisterend op.
2. Bepaal de betekenis van het gedrag
Zorg dat je weet wat de persoon met zijn uitspraak bedoelt en wat zijn achterliggende motivatie is. Hierbij maken we onderscheid tussen een negatieve ervaring, stereotype, vooroordeel, veralgemening en racisme. Voordat een uitspraak of gedachte racistisch is, wordt vaak eerst een weg van typering afgelegd.
- Een negatieve ervaring: Wanneer men weinig of nooit met iets of iemand in contact komt en wanneer die ene keer dan ook een negatief gevoel heeft opgewekt, dan spreekt men van een negatieve ervaring.
- Een veralgemening: De kans bestaat dat men één (negatieve) ervaring gaat veralgemenen tot alles en iedereen wat men daarmee in verband brengt.
- Een stereotype: Zoals een camera een kortstondige indruk vastlegt, zo vormen mensen zich een globaal beeld van een groep buitenstaanders. Het stereotype, als vereenvoudigde, starre en dus onjuiste weergave van de werkelijkheid ligt vervolgens onwrikbaar vast. Eens zo’n beeld zich gevormd heeft, is het bepalend voor onze kijk op nieuwe, vergelijkbare contacten. Met andere woorden, stereotypes bevestigen zichzelf en kunnen slechts door intensieve contacten afgebroken worden. Een stereotype kan positief, neutraal of negatief zijn. Maar de basis voor racisme is ongemerkt gelegd.
- Een vooroordeel: Soms evolueren stereotypes tot echte vooroordelen. Stereotypes zijn onvolledige, starre beelden die je in je hoofd hebt. Vooroordelen daarentegen zitten vast geworteld in een negatieve houding, die het gedrag bepalen. De stap naar racisme is niet meer veraf.
- Racisme: Racistische opmerkingen vloeien voort uit een vooroordeel en zijn opmerkingen die uiting geven aan gevoelens van discriminatie, haat of geweld jegens een persoon of een groep omwille van diens zogenaamd ‘ras’, huidskleur of afkomst.
3. Verbaal of non-verbaal
Racisme kan zich verbaal manifesteren maar evengoed non-verbaal. Toch kunnen ze even hard aankomen bij diegene tegen wie ze gericht zijn. Zo kunnen bepaalde grapjes racistisch getint zijn en ook zo geïnterpreteerd worden. Maar ook wanneer zonder veel opmerkingen iemand consequent wordt uitgesloten uit de groep of de activiteiten kan er sprake zijn van racisme.
4. Een grapje of een foute opmerking
Wat de één als grapje vertelt, kan door iemand anders helemaal anders geïnterpreteerd worden. Het hangt vaak af van hoe iets persoonlijk wordt opgevat. Als met ‘grapjes’ iemands persoonlijke grens van wat aanvaardbaar is overschreden wordt, dan is men te ver gegaan. Wanneer iemand aangeeft niet met de ‘grapjes’ te kunnen lachen, is het tijd om er mee op te houden. Smaken verschillen, ook inzake humor.
5. Verborgen boodschap
Racistische uitingen kunnen uit eigen problemen of frustraties ontstaan. Eigen kwaadheid en machteloosheid worden dan afgereageerd op een zondebok. Probeer er achter te komen waar het werkelijke probleem zit. Bevestig zijn of haar verontwaardiging, maar probeer hierbij samen de oorzaak te duiden en een oplossing te zoeken.
6. Spiegel voorhouden
In plaats van in te gaan op de uitspraak zelf, neem je een analoog voorbeeld – zo mogelijk uit je eigen leefwereld – waardoor de persoon gestimuleerd wordt in de huid van die andere te kruipen. Hierdoor kan hij misschien meer afstand van zijn eigen standpunt nemen en die relativeren.
7. Ga in discussie
Dit is met argumenten ingaan op de opmerking. Bepaalde situaties kan je uitleggen of verklaren door onjuiste opmerkingen duidelijk te maken en drogredenen te doorprikken. Met het doorvragen naar achtergronden leg je de oorzaak van het probleem bij degene die de opmerking maakt. Het is bijvoorbeeld niet iemand anders of een andere groep mensen hun oorzaak dat er minder werk is. Andere leden in je groep zien dat er aandacht wordt geschonken aan het gedrag. Je gaat immers serieus in op de opmerking, vraagt om uitleg en toont tegenstrijdigheden aan.
Deze methode heeft ook beperkingen. Jongeren die mondeling niet al te vaardig zijn, kunnen zich door zo’n ‘feitendiscussie’ snel ingepakt voelen door zo’n ‘intellectueel’. Ten tweede spelen niet alleen feiten maar ook emoties een grote rol bij vooroordelen. Let ten slotte op voor een welles-nietes discussie. Een discussie is vooral bruikbaar als je in een vertrouwensrelatie staat tot de betreffende persoon.
8. Afstand nemen
Je bent niet altijd in staat om te reageren, maar wil wel laten weten dat je het niet eens bent met de opmerking. Neem dan openlijk afstand van de situatie en geef aan de discussie daarover op dat moment niet te willen aangaan. Je kan ook op de visie van je vereniging wijzen. Daarin staat vaak dat er geen plaats is voor racisme of discriminatie.
9. Bondgenoten zoeken
Je kan andere jongeren of organisaties met een verdraagzame, open visie aan het woord laten. Zij spreken vaak vanuit eigen positieve ervaringen en kunnen argumenten gebruiken die jongeren raken. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan medewerkers van 11.11.11., Oxfam, KifKif, School Zonder Racisme, De 8, enzovoort.
10. Positieve contacten stimuleren
Gezien vooroordelen ook een affectieve component bevatten, zijn positieve ervaringen zeer belangrijk. Nieuwe contacten zijn hierbij noodzakelijk. Let wel op! Nieuwe contacten moeten doordacht gebeuren. Niet ieder contact zal vooroordelen ontkrachten of antipathie en angst wegnemen.
Zorg er voor dat als je bijvoorbeeld een voetbalmatch als contactactiviteit organiseert met de plaatselijke Marokkaanse jongeren, dat je indien mogelijk de ploegen mengt. Competitie tegen elkaar is steeds een risicovolle onderneming.
