NIEUWS
Het nieuwsbericht
Een verhandeling heeft een inleiding, midden en slot en de conclusie wordt daarbij opgespaard voor het einde. Bij een artikel op internet werkt deze aanpak uiteraard niet. De lezer scant het bericht op belangrijke informatie in een F-vorm en ziet bovendien enkel de info die binnen zijn browservenster past. Het einde van een nieuwsbericht komt daardoor zelden meteen in beeld.
De belangrijkste informatie moet met andere woorden bovenaan in het artikel te vinden zijn. Naarmate het bericht vordert, bevat het steeds minder belangrijke informatie. We spreken van de "omgekeerde piramide".

Een goede titel moet informeren en aanspreken tegelijkertijd. Het is niet altijd evident om te balanceren tussen beide eigenschappen.
- Vb1: Donderdag probeert Verkeerd Geparkeerd een recordpoging te doen voor de grootste twister ter wereld op de Kouter in Gent
- Vb2: Twist je mee op de Kouter?
- Vb3: Verkeerd Geparkeerd ontrolt reuze Twister op Gentse Kouter
Het eerste voorbeeld bevat te veel info. Het tweede spreekt aan, maar geeft niet genoeg info over het onderwerp van het artikel. In voorbeeld 3 worden beide kenmerken verzoend.
Op internet is het nog veel belangrijker dan in een krant dat je titel uitnodigt om verder te lezen (verder te klikken). In veel gevallen heb je immers enkel maar een overzicht aan titels. Ook veel RSS-feeds werken op die manier.

Bron: www.deredactie.be
De eerste paragraaf heet de 'lead' en bevat de belangrijkste informatie. Het geeft informatie over de 5 W's: Wie, Wat, Waar, Wanneer en Waarom. Soms is er ook ruimte voor de H (Hoe).
De vijf Ws en H

Bron: www.jeugdwerknet.be
'Waar' wordt bij een nieuwsbericht vaak als 'dateline' gebruikt. Dit betekent dat je eerst de plaats vernoemt waar het gebeuren plaatsvond of waar je het artikel schreef, gevolgd door het eigenlijke artikel: "GENT – Afgelopen vrijdag..." Op internet zie je ook vaak dat de datum als dateline gebruikt wordt (vb: www.deredactie.be).
Als je het over 'wanneer' hebt, vermijd je op internet bovendien best verwijzingen à la 'vandaag', 'volgende week' of 'afgelopen weekend'. Het is aan te raden om er de exacte datum bij te vermelden om verwarring te vermijden. Van een krant weet je perfect op welke dag ze verschenen is, maar op internet is dat minder duidelijk, aangezien je artikels van jaren oud opnieuw kunt opvragen.
Als je het hebt over 'wie', hou je best je doelpubliek in het achterhoofd wanneer je functiebeschrijvingen toevoegt. Als je schrijft voor jeugdwerkers, heeft het waarschijnlijk weinig zin om te spreken over 'De Vlaamse minister van Jeugd Bert Anciaux'. Voor een publiek dat niet weet dat Anciaux minister van Jeugd is, vermeld je dit best wel.
