NIEUWS
Wissel van de wacht (2): Bram Vermeiren (Steunpunt Jeugd)
In februari ruilde Bram Vermeiren zijn functie van stafmedewerker vorming en internationaal jeugdbeleid bij Steunpunt Jeugd in voor deze van directeur. Hij neemt de fakkel over van Kris Lamberts die naar de privé verkast. Jeugdwerknet ging Bram opzoeken voor het tweede interview in onze reeks "Wissel van de wacht".
Gefeliciteerd met je nieuwe functie binnen Steunpunt Jeugd. Je hebt voor je carrière bij Steunpunt Jeugd al een lange weg afgelegd binnen het jeugdwerk. Kan je deze even schetsen?
“Ik heb bijna op elk niveau, van het lokale tot het internationale, en zowel als vrijwilliger als beroepskracht verschillende engagementen op mij genomen. Op mijn zestiende volgde ik mijn eerste vorming op een speelplein in Schoten en even later heb ik in onze wijk ook een jongerengroep opgericht. Van daaruit ben ik geïnteresseerd geraakt in hoe jeugdwerk vorm krijgt op heel veel verschillende manieren.”
Hoe ging het dan verder?
“Ik stapte in de lokale jeugdraad, werd daar voorzitter en groeide door naar de Vlaamse jeugdraad. Via dit orgaan ben ik na mijn studies economie persoonlijk gevraagd door iemand van de KAJ om bij hen te komen werken. Eerst was ik verantwoordelijk voor Brussel en Vlaams-Brabant en na twee jaar vroegen ze me vanuit het bestuur om secretaris te worden. Samen met de voorzitter en het bestuur heb ik vier jaar lang het beleid van de KAJ helpen bepalen.”
Wat is je uit je lange carrière als jeugdwerker het meest bijgebleven?
“In de periode dat ik bij de KAJ werkte, bevroegen wij in Brussel heel wat jongeren die interimkantoren bezochten. Dat waren voor negentig procent jongeren van allochtone origine. Ze zitten met een frustratie omdat ze niet aan werk geraken, terwijl ze allemaal wel willen werken. Die gasten vonden het tof dat iemand geïnteresseerd was in hun problematiek.”
Van waar komt je bredere interesse voor de jeugd?
“Ik ben altijd al iemand geweest die zich vragen stelt over hoe de samenleving in elkaar zit. Van daaruit wil ik mijn manier van denken toetsen aan jongeren, en hen ook stimuleren om op een kritische manier te blijven kijken naar de samenleving. Ze mogen haar niet nemen zoals ze is, maar moeten ze zelf proberen te maken. Dat is mijn motivatie om met jeugdbeleid bezig te zijn.”
Wat zijn je hobby’s naast het jeugdwerk?
“Ik ben een fervent pingpongspeler. Daarnaast doe ik ook aan bergwandelen. Vorig jaar heb ik met mijn broer de Matterhorntour gaan doen. Daar kon ik mij echt ontspannen. De combinatie van actie en natuur vind ik prachtig.”
Welke troeven heb jij om een goede directeur te zijn?
“Ik kan op een goede manier dingen analyseren, ik ben een diplomaat en ik heb ook een
sterke visie en heel veel relevante ervaringen. Ik geloof ook in de rol van Steunpunt Jeugd, die de jeugdsector als kenniscentrum moet ondersteunen.”
Je bent nu de baas van je vroegere collega’s. Ondervind je hier moeilijkheden bij?
“Eigenlijk niet. Het is in het begin wel wat wennen, maar ik denk wel dat ik dat op een goede manier heb verteerd. Ik ben nu bezig met enkele functioneringsgesprekken, en ik zie dat veel stafmedewerkers gezonde ambities hebben. Als directeur neem ik dat mee en probeer ik deze af te stemmen op het beleidsplan. “
Wat zijn de grote thema’s waarop je wilt inzetten?
“De belangrijkste thema’s zijn deze gelinkt aan vorming en educatie. Daarnaast is ook de link tussen jongeren en de invulling van ruimte cruciaal. Ook op cultuur willen we inzetten. Hoe jongeren bezig zijn met de sociale media is heel erg actueel, maar ook het fuifgebeuren staat centraal. Tot slot behoort ook het ontwikkelen en verder uitbouwen van nieuwe en bestaande jeugdverenigingen tot één van onze kernthema’s.”
Wil je in je functie zorgen voor continuïteit?
“Zeker! Steunpunt Jeugd moet ook een daadkrachtige organisatie zijn. Onze staf moet steeds blijven nieuwe kansen grijpen. Maar ik denk niet dat we alles moeten omgooien, dat is nu niet aan de orde. De afgelopen jaren is er een stevige organisatie neergezet en ik wil dat niet zomaar weggooien.”
Wat ga je het meeste missen uit je vorige takenpakket?
“Vooral het geven van vormingsessies. Als directeur zal ik wel nog genoeg vorming kunnen begeleiden, maar het zal niet meer zo concreet zijn. Het contact met jeugdverenigingen heb ik ook goed kunnen opbouwen, maar als directeur ben ik niet van plan deze te verwaarlozen.”
Van alle zaken die je in je jeugdwerkcarrière hebt gedaan, waar ben je het meest trots op?
“Ik heb een pak initiatieven opgericht. Een lokaal voorbeeld is de vzw Zonevreemd Konijn in Antwerpen. Die vzw pleit voor meer jeugd- en fuifinfrastructuur. We hebben toen toch een goede tien jaar kunnen wegen op het lokaal jeugdbeleid. Daarnaast ben ik ook tevreden over die Interim-actie bij de KAJ. Dat we zo’n acties vanuit de KAJ, een jeugdbeweging, kunnen opbouwen is toch wel straf.”
En waar ben je het minst trots op? Wat had je achteraf gezien beter kunnen doen?
(lange stilte) “Dat is een moeilijke vraag die ik niet verwacht had. Ik heb graag veel uitdagingen, veel dingen waar ik me kan in vastbijten. Ik houd vaak een engagement ook heel lang vol. Maar er zijn wel momenten dat ik mijn engagement kan laten vallen, vooral als ik ergens niet in geloof.”
Heb je nog een boodschap voor je voorganger Kris?
“Ik hoop dat we Kris hier af en toe nog eens over de vloer krijgen en dat hij misschien af en toe ook wat cadeautjes meebrengt van zijn nieuw werk (Lambert werkt nu in de lingeriesector, nvdr.). Dat is wel leuk, zo’n uitwisseling tussen verschillende steunpunten. Verder vind ik dat hij er is in geslaagd om een goede stabiliteit te creëren en Steunpunt Jeugd in de picture heeft gezet. Ik wil Kris daar voor bedanken. Maar vooral het opsturen van lingerie is zeer belangrijk.”(bulderlach)
(c) 2011 – VER-kijker – Willem Mesuere







Nieuwe reactie inzenden