NIEUWS
Wissel van de wacht (1): Robin Decoster (FOS)
In onze kersverse rubriek ‘Wissel van de wacht’ legt VER-kijker nieuwe bazen in het Vlaamse jeugdwerk op de rooster. Robin Decoster bijt de spits af. Hij is sinds eind december de nieuwe federaal verantwoordelijke van FOS Open Scouting.
Dag Robin, allereerst proficiat met je nieuwe job. Vertel eens wat meer over jezelf. Wat heb je gestudeerd, wat waren je eerdere werkervaringen?
“Ik studeerde eerst sociaal-cultureel werk en daar specialiseerde ik me in het jeugdwerk. Mijn thesis ging over de toegankelijkheid van het jeugdwerk. Daarna ben ik EU-studies gaan volgen. Toen ik was afgestudeerd zag ik de vacature en heb ik gesolliciteerd. Buiten enkele vakantiejobs had ik dus geen werkervaring.”
Wat zijn je hobby’s?
“Ik ben iemand die heel graag reist. Als het even kan ga ik naar de bergen, om er bergsport te beoefenen. Verder ga ik af en toe eens gaan squashen. Daarbuiten ben ik zoals de alledaagse jeugd, een pintje drinken en naar concerten gaan. Maar nu heb ik daar nog maar weinig tijd voor.”
Hoe ben jij bij de FOS terecht gekomen?
“Sinds de jongverkenners, vanaf mijn twaalf jaar, ben ik aangesloten bij FOS de Tortels uit Wondelgem. Ik doorliep er alle takken tot ik leiding werd. Ik was ook vier jaar eenheidsleiding (hoofdleiding nvdr.) van de Tortels. De functie van federaal verantwoordelijke leek me een volgende, logische stap.”
Die vacature stond negen maanden open. Was er niemand bereid om deze functie op zich te nemen? Is het dan zo’n rotjob?
“Neen, zeker niet. De eerste keer dat de vacature is uitgestuurd geweest waren er zo ’n 4 a 5 kandidaten. Het bestuur vond toen blijkbaar niemand geschikt voor de functie. Meer details weet ik daar ook niet over, want dat is nogal persoonlijk. Ik reageerde wegens herexamens pas de tweede keer en doorliep een hele maand van selectieprocedures samen met een tiental tegenkandidaten.“
Je hebt geen werkervaring en bent ook erg jong vergeleken met collega’s uit andere Vlaamse jeugdbewegingen. Zie je dit als een beperking of eerder als een pluspunt?
“We zijn een beweging voor en door jongeren, dus op zich zou het geen probleem mogen zijn. Ik zie het meer als een kans. Ik ben nog niet gebonden aan een typisch stramien dat uit iedere job voorkomt. Ik kan sneller dingen in vraag stellen.”
Wat is je leukste herinnering uit je FOS-carrière?
“Ik denk met plezier terug aan ons eenheidskamp naar Zwitserland. We waren met 150 jongeren op een internationaal scoutsdomein en deden daar allerlei avontuurlijke activiteiten, zoals bergsporten en raften. Scouting ten top! Daarnaast was ook 'Kamp 100' in 2007 een hoogtepunt. Dat was een nationale ledenactiviteit in het kader van 100 jaar scouting, waar we met alle lokale FOS-eenheden kampeerden rond Brussel. Op zondag namen we toen deel aan een massa-activiteit met alle andere scoutsgroepen van België.”
Een van je taken is eenheidsondersteuning op maat aanbieden. Wat is dit juist?
“We zijn een van de kleinere jeugdbewegingen en we moeten dat niet als een handicap maar als een troef zien. Wij staan veel dichter bij onze eenheden dan bijvoorbeeld Scouts en Gidsen Vlaanderen. We gaan die troef uitspelen door nog meer rechtstreeks in contact te treden met de eenheidsleiding. Via een tweemaandelijkse bijeenkomst van de eenheidsleiding samen met iemand van de nationale structuur kunnen de eenheden hun vragen naar ons toe heel laagdrempelig stellen."
"Daarnaast is er veel ruimte voor een onderlinge uitwisseling van ervaringen en kennis. We zien dat dit echt zijn vruchten oplevert. Anders moet een eenheid die een veel voorkomend probleem heeft telkens alles opnieuw doorspartelen. Nu kunnen andere eenheden oplossingen aanreiken.”
Een andere doelstelling is om FOS nog meer op de kaart te zetten. Hoe ga je dat aanpakken?
“Dat is een heel moeilijk gegeven. Het is niet omdat we klein zijn, dat de mensen ons niet mogen zien. Één van de methodieken zou kunnen zijn om nog meer in contact te komen met de lokale gemeenschap. Als er een buurtfeest georganiseerd wordt, stappen we desnoods zelf mee in de organisatie. Daarnaast hebben we een communicatiemedewerker voor de lokale media die af en toe de persaandacht opzoekt.”
Heb je daarnaast nog andere aandachtspunten en doelstellingen?
“We willen een vrijwilligersstructuur die gemakkelijk toegankelijk is. We houden ervan om zoveel mogelijk direct contact te hebben met onze vrijwilligers. In FOS kent iedereen iedereen, waardoor er een zeer aangename sfeer wordt gecreëerd.
Langs de andere kant is het niet altijd makkelijk om de eenheden uit Antwerpen of Limburg ook te bereiken, aangezien alle vergaderingen in Gent plaatsvinden. We moeten kijken hoe het mogelijk is om de eenheden beter met elkaar in contact te brengen.
De internationale werking is ook heel belangrijk. We profileren ons als open en pluralistisch en als een internationale gerichte beweging. We willen inzetten op uitwisselingen met scoutsbewegingen uit andere landen en moeten dit op een laagdrempelige manier proberen te verwezenlijken.”
Hoe wil je met FOS wegen op het jeugdbeleid?
"We zitten in heel veel werkgroepen en overlegorganen. Wat belangrijk is voor ons is dat de jeugd ruimte en plaats krijgt om te spelen. Dit naast meer inspraak voor jongeren, door een nog democratischer systeem naar voren te brengen.”
Hebben jullie het gevoel dat jullie minder inspraak hebben dan grotere jeugdbewegingen?
“Over het algemeen worden we als gelijken aanvaard. Behalve als het echt om de knikkers gaat, durven de grotere ons toch als het kleine broertje te bekijken. Het is echter aan ons om op de tafel te slaan.”
Wat zijn volgens jou de grootste uitdagingen van FOS?
“De eenheden in Antwerpen zijn nu prioritair. We hebben daar een aantal eenheden en we moeten maken dat die in leven blijven. Niet dat het zo dramatisch is, maar de structuur kan nog versterkt worden en er is ook nood aan een uitgebreid comité om de leiding te ondersteunen. Een keer dat we Antwerpen hebben versterkt, trekken we door naar Limburg. We willen de erkenning krijgen van een landelijk georganiseerd jeugdwerk.“
Wil je na je mandaat van drie jaar voor een tweede mandaat gaan?
“Momenteel zou ik zeker ja antwoorden. Er zijn heel veel voordelen. Het is een dynamische job, ik kom in contact met zowel de lokale groepen als de bovenbouw en het is ook enorm boeiend om het beleid en de visie van de beweging mee te gaan sturen. Ik kon van mijn hobby mijn beroep maken. Dat is wel de droom van iedereen zeker? Vraag mij die vraag misschien nog eens binnen een jaar of twee, maar ik denk dat het antwoord hetzelfde zal zijn.”
Wat na FOS?
“Nog geen idee. Ik wil graag verdergaan binnen het jeugdwerk, tot de mensen mij daar te oud voor vinden. Het jeugdwerk moet iets blijven wat voor en door jongeren gerealiseerd wordt. Ik zou graag het Europese jeugdbeleid mee kleur geven, waardoor ik mijn beide studies kan combineren. Daarna zou ik reizen willen organiseren en kinderen willen laten kennis maken met de bergsport. Maar ik heb momenteel geen uitgewerkt plan, ik zie wel wat er komt.”
Bedankt voor dit gesprek, en veel succes in je verdere FOS-carrière.
(c) 2011 – VER-kijker – Willem Mesuere







Nieuwe reactie inzenden