NIEUWS
Digitale Inclusie met Incluso
Incluso is een Europees project dat ernaar streeft de sociale inclusie van uitgesloten jonge mensen te bevorderen aan de hand van sociale software. Het pilootproject van Incluso werd in Polen, Schotland, Zwitserland en België opgestart bij bestaande organisaties die weinig of geen kennis hadden van sociale software.
De Brusselse partner van het project is Tonuso, een organisatie voor jongeren uit Multi problem-gezinnen afkomstig uit de regio Brussel-Halle-Vilvoorde. Jo Van Hecke, de Tonuso verantwoordelijke voor Incluso legt uit waarom er juist voor Tonuso werd gekozen: “ Tonuso is een organisatie die actief is binnen de bijzondere jeugdwerking. Doordat ons werkveld zich uitstrekt over de regio BHV hebben we een 150-tal jongeren die bij ons in begeleiding zijn. Dit aantal zorgt ervoor dat we een mooie testcase vormen voor het Incluso-project.”
Dat het project een meerwaarde kan bieden voor de jeugdwerking, daar moesten de medewerkers niet meer van overtuigd worden. “Bij Tonuso hadden we het geluk dat het management zich meteen achter het voorstel schaarde. Dankzij de Europese steun die Incluso krijgt hoefden we ons ook geen zorgen te maken over het financiële plaatje. De echte problemen waarmee we te maken krijgen situeren zich vooral bij de jeugdwerkers zelf. Niet iedere jeugdwerker staat te springen om de jongeren met het internet te laten experimenteren. Velen halen de veiligheids- en controleproblemen aan die met het internet te maken hebben, maar ook de onwetendheid van de jeugdwerkers zelf zorgt vaak voor problemen ,“ aldus Jo Van Hecke. “Gelukkig zijn er steeds voldoende mensen die hierover wel een positieve mening hebben. Zij kunnen de meer conservatieve jeugdwerkers meestal wel over de streep trekken.”
Met Incluso willen de jeugdwerkers vooral jongeren op een veilige manier leren omgaan met de overvloed aan sociale netwerksites en andere internetapplicaties.
De bewustwording van de gevaren die zich op het world wide web huishouden, wordt aan de hand van een losse begeleiding aangeleerd. Private sociale netwerksites zoals Ning kunnen op die manier een bron van informatie vrijgeven die gebruikt kan worden tijdens individuele sessies of groepssessies. “We kunnen veel meer informatie afleiden uit het internetgedrag van jongeren dan uit enkele sessies met die jongeren. Als een timide persoon zich op zijn avatar afbeeldt als een echte Don Juan, geeft ons dat stof om over na te denken. We krijgen een veel dieper beeld over de personen waar we zo nauw mee samenwerken en dat op heel korte tijd. Al deze informatie via de traditionele weg vergaren zou ons maanden werk kosten,” legt Jo Van Hecke uit.
Maar het blijft niet enkel bij bewustwording. Dankzij dit project wordt opnieuw de aandacht gevestigd op de veelbesproken digitale kloof. Jo Van Hecke legt het ons uit: “Het begrip digitale kloof is eigenlijk een term die bestaat uit drie componenten. Eerst en vooral is er de toegang tot computers en internet. Hier worden al heel wat inspanningen geleverd, maar toch blijft het belangrijk hierbij stil te staan. Als je aan tien jongeren vraagt of ze thuis een computer met internet hebben dan zullen ze allen volmondig ‘ja’ antwoorden. Stel je hen nadien de vraag of die computers ook werken, dan krijg je al snel een ander antwoord. Dit brengt ons meteen bij de tweede laag van de kloof: het gebruik van de toestellen. Dikwijls ontbreekt het de mensen de kennis om goed met de computers om te gaan waardoor die al snel vol rotzooi komen te staan. De pc’s vertragen, de jongeren beginnen er zelf aan te prutsen en voor je het weet zijn ze onbruikbaar. Het is dus niet omdat een gezin een computer in huis heeft dat de kloof een beetje gedicht is. Het derde belangrijke aandachtspunt is de kennis om hun situatie te verbeteren. Hoe moeten ze met het internet omgaan, wat kunnen ze ermee bereiken… De meeste mensen blijven jammer genoeg bij het eerste component hangen, zo ook onze overheid. Daarbij vergeten ze dikwijls dat een computer aan dumpingprijzen aanbieden ook voor vele gezinnen nog een onhaalbare kaart is. Hun budgetten zijn zodanig opgebouwd waardoor er geen ruimte is voor het aankopen van een pc. De overheid zou veel beter investeren in gratis draadloos internet voor iedereen. Dat hoeft zelfs niet volledig gratis te zijn, maar goedkoop genoeg zodat het voor iedereen betaalbaar wordt. Tegenwoordig is internet een basisbehoefte.’
Jolien Corstjens







Nieuwe reactie inzenden