NIEUWS
De Vlaamse Dienst Speelpleinwerk (VDS) vzw speelt hoopvol de zomer tegemoet
De VDS telde ongeveer 1.200 speelpleinwerkers die tijdens het SpeelpleinTreffen in de verf zetten dat speelpleinwerk een bloeiende formule is in Vlaanderen en Brussel. Het SpeelpleinTreffen werd afgesloten door minister Pascal Smet die de enthousiaste jongeren een bemoedigende schouderklop kwam geven.
Vijfjaarlijkse Speelpleinenquête
Op dit Landelijk SpeelpleinTreffen werden door de VDS ook de resultaten van de Vijfjaarlijkse Speelpleinenquête bekend gemaakt. Sinds 1980 organiseert de VDS een volledige bevraging van de sector. Enkele opmerkelijke resultaten:
- Het deelnemersaantal (kinderen) steeg fors in 2010 (tov 2005):
- Het totaal aantal kinderen/dag in de zomer steeg van 37.000 naar 43.000
- Het totaal aantal verschillende kinderen tijdens de zomer steeg evenredig van 140.000 naar 147.000 (wat maakt dat 1/4 van alle kinderen wel eens een dagje naar het speelplein komt!)
- Het gemiddeld aantal kinderen per dag per werking ging van 78 naar 88
- De onderlinge percentages van leeftijdscategorieën bleef hetzelfde: 33% kleuters - 55% lagereschool - 9% tieners - Het blijft duidelijk dat speelpleinwerk dé jeugdwerkvorm is die rekening houdt met onze diverse samenleving, althans volgens de interpretatie en inschatting van de lokale speelpleinverantwoordelijke zelf. Er wordt niet moeilijk gedaan over één of meerdere specifieke doelgroep, een opmerkelijke open houding an sich: het lijkt er sterk op dat speelpleinen hun adagio willen waarmaken als ze stellen dat speelpleinwerk toegankelijk is voor elk kind.
- Ook het aantal animatoren nam toe in 2010 (tov 2005):
- Het totaal aantal verschillende animatoren steeg van 20.380 naar 22.000 (2/5 jongens + 3/5 meisjes)
- De attestering van 70% van de begeleiders blijft gelijk en is sowieso opmerkelijk. In de rest van het jeugdwerk ligt dit percentage opmerkelijk lager (in het recente jeugdbewegingsonderzoek lezen we dat 30% van de werkingen zelfs geen enkele geattesteerde begeleider telt)! De vrijwilligersvergoeding is zeer goed ingeburgerd in het speelpleinwerk (dit is niet nieuw) en wordt ook gehanteerd om de kwaliteit op te drijven (hogere vergoeding bij attestering en in beperkte mate ook bij meer ervaring).
- De toestroom nieuwe animatoren komt terug op peil, ervaring en anciënniteit neemt licht toe (ook al wordt dat anders aangevoeld ten velde). Animatoren organiseren zich in stuurgroepen, jaarwerking, nemen deel aan vorming, plannen voorbereidende weekends ... Maw het omgaan met de animatorenploeg verloopt steeds meer op een ,,professionele" wijze: HRM-technieken worden toegepast, de animo in een werking is recht evenredig met de kwaliteit van het animatorenteam.
Jo Van den Bossche, Algemeen Coördinator van de VDS, vult nog aan: "We merken daarnaast ook dat de opvangfunctie een rol blijft spelen, maar dat die de speelfunctie zeker niet in de weg staat. De VDS stelt met plezier vast dat de lokale speelpleinverantwoordelijken en -besturen expliciet kiezen voor de speelfunctie als voornaamste doelstelling. Speelpleinen blijven zelf ,,spelen, plezier en een leuke vakantie" vooropstellen en 'gebruiken' dus de opvangpopulariteit om hun eigen doelstelling te kunnen realiseren. Meer ingaan op de opvangdruk betekent dus niet dat verzaakt wordt aan die speelfunctie. Een verheugende vaststelling, want het bieden van leuke speelmogelijkheden voor kinderen tijdens hun vrije tijd is essentieel voor de kwaliteit van de speelpleinwerking."
Minister Pascal Smet feliciteert het speelpleinwerk!
Pascal Smet: "Kinderen hebben het recht om zorgeloos te voetballen en te ravotten op straat, in hun buurt en in parken. Daarenboven hebben kinderen het recht om luidkeels te lachen en te roepen, zonder dat daar mensen aanstoot aan zouden moeten nemen. Als samenleving zijn we verantwoordelijk om hen dat geluk van spelen te gunnen en te zorgen voor een veilig kader waarin ze zich kunnen uitleven. Samen met de lokale overheden en jeugdorganisaties zet ik me hard in om die (speel)ruimte te creëren. Uit de speelpleinenquête blijkt dat deze inzet wordt beloond. In vergelijking met vijf jaar geleden neemt het aantal kinderen en (nieuwe) animatoren op speelpleinen gestaag toe. Ik kan deze tendens alleen maar aanmoedigen en alle jeugdorganisaties en animatoren feliciteren voor hun inzet op het terrein."
Waarom de VDS middenin de stad wilde spelen?
De koepel van het speelpleinwerk focust zelf regelmatig op spelende kinderen en de beperkte ruimte die zij vandaag nog slechts mogen gebruiken. "Al te dikwijls moeten we vaststellen dat spelende kinderen vereenzelvigd worden met ,,lawaai", ,,verbod", ,,overlast" ... Telkens opnieuw moeten we dan oproepen om even halt te houden, goed in te ademen, de hersenen opnieuw vol gezond-verstand-zuurstof te laten lopen en vast te stellen dat spelen gelijk moet staan met plezier maken, met vakantie beleven, met die leuke onbezorgde kindertijd. Spelende kinderen mogen nooit verbonden worden met negatieve begrippen. Zo"n oproep om als volwassene terug te keren naar je leuke speelervaringen als kind en het gezond verstand te laten primeren, werkt meestal wel even, maar er is méér nodig.", zegt Jo Van den Bossche.
"Door het historisch centrum van Antwerpen in te palmen en er te gaan spelen in volle stad, geeft de VDS zelf een krachtig signaal. Maar het beleid moet zijn verantwoordelijkheid opnemen:
- Gemeentelijke beleidsmakers kunnen onvoorwaardelijk de kaart trekken van het spelende kind in lokale tolerantiediscussies (en dus niet plat gaan voor de luide klagende roep van enkelingen);
- Op Vlaams niveau kan de overheid onderzoeken wat de oorzaken zijn van de afnemende tolerantie (Is dat wel zo? Of zijn klagers gewoon luide roepers?) tav spelende kinderen zodat het probleem bij de wortel kan worden aangepakt;
- Op Vlaams, federaal en zelfs Europees niveau mag wel al eens een wetgevend initiatief genomen worden zodat gemeentebesturen dit niet lokaal moeten proberen opvangen door bvb hun politiereglement aan te passen. In Duitsland bvb nam de regering het initiatief om een wetsvoorstel in te dienen dat kinderen tot zes jaar toestemming geeft om te lachen, te gillen en te spelen met zoveel lawaai als ze willen;
En we kunnen dit lijstje nog wel verder aanvullen: een verplicht speel-effectenrapport bij planning van de publieke ruimte, boete op beknotting speelruimte (bvb bordjes ,,verboden te spelen" worden verboden en bestraft), oplijsting vd lokale regelgeving (mbt bvb geluids"overlast"), opzetten van grote publieke sensibiliseringscampagnes ... Er is werk aan de (speel)winkel!", besluit Jo Van den Bossche.
- Meer informatie: www.speelplein.net
Bron: persbericht VDS, 30 april 2011







Nieuwe reactie inzenden