NIEUWS
15 jaar Jeugdwerknet (deel 6: 2011) - Kato en Willem
Voor 15 jaar Jeugdwerknet een handvol experts uitnodigen en hen vragen om hun licht te laten schijnen op internet, jeugdwerk, sociale media - allemaal goed en wel. Maar hoe ervaren 15-jarigen al die voor hen niet zo nieuwe technologieën eigenlijk zelf? De Jeugdwerknetredactie ging het vragen aan Kato en Willem, net als Jeugdwerknet geboren in 1996, en bovendien ook nog eens Chirolid.
Kato en Willem zijn: als eerste generatie opgegroeid met computers, internet en social media, maar in 1996 stond het internet nog in de kinderschoenen. Terwijl zij opgroeiden, groeide ook het internet mee – of omgekeerd. En intussen kunnen veel van hun generatiegenoten (maar ook oudere generaties, natuurlijk) niet meer zonder. Geldt dat voor hen ook?
Vijftien zijn in 1996, het is in niets te vergelijken met nu 15 zijn. Toen was internet nog helemaal niet ingeburgerd, gsm’s waren alleen voor drukke zakenlui, muziek was er alleen op radio of cd en voor filmpjes moest je tv kijken of naar de cinema gaan. Zou jullie vrije tijd er dan ook anders uitgezien hebben?
Kato: “Waarschijnlijk wel, al heb ik nu ook veel hobby’s waarvoor helemaal geen computer of internet nodig is. Ik lees graag, en veel. En ik volg tekenacademie, turn en ga elke week naar de Chiro.”

Willem: “Overdag en in het weekend zou mijn vrije tijd er niet veel anders uitzien, nee. Maar ’s avonds zit ik toch sneller achter de computer dan voor de tv, en ik vermoed dat dat 15 jaar geleden omgekeerd zou geweest zijn.”
Kato: “En nu is er natuurlijk ook de gsm, die we toch wel vaak gebruiken.”
Wat doe je dan zoal, als je ’s avonds achter je computer gaat zitten?
Tegelijk: “Facebook, aja!”
Willem: “YouTube om filmpjes te bekijken, en naar muziek luisteren. Onlangs heb ik Spotify uitgeprobeerd, maar echt gebruiksvriendelijk vond ik dat toch niet.”
Kato: “YouTube bezoek ik zelden, eigenlijk. Ik luister niet zoveel naar muziek. Maar als ik een boek wil kopen, dan doe ik dat meestal online. Ik ga soms nog wel naar de boekenwinkel, maar online is zoveel makkelijker.”
Willem: “En als er schoolwerk is, dan ga ik op Wikipedia meer info opzoeken.”
Kato: “Tegenwoordig gebruiken ze op school Smartschool, een online leerplatform zoals ze ook in het hoger onderwijs gebruiken. Voor taakjes en zo gebruiken we dus niet alleen onze agenda, maar ook Smartschool. Mailen doe ik ook soms, maar dan enkel als we een groepswerk moeten maken en documenten naar elkaar moeten doorsturen.”
En gamen, doen jullie dat?
Willem: “Soms, maar niet heel erg veel. Angry Birds speel ik soms, maar andere games speel ik maar af en toe.”
Kato: “Vroeger speelde ik The Sims, maar dat is het zo wat.”
In vroeger tijden was behalve sms ook MSN heel populair om vanop afstand met vrienden te communiceren. Is het dat nog altijd?
Kato: “Ja, dat wordt nog wel gebruikt. Niet door mij, want je kan Facebook daar ook voor gebruiken.”
Willem: “Ik denk dat zij die nu MSN nog gebruiken, jonger zijn dan ons. Toen ik nog geen Facebook had, tot een jaar of twee geleden, chatte ik nog via MSN.”
Gebruiken jullie Netlog?

Willem: “Dat heb ik nooit gehad. Dat was al een beetje marginaal toen (lacht).”
Kato: “Ik heb ook nooit een Netlogaccount gehad, maar ik heb het wel vaak gezien bij mijn oudere zus, die daar veel op zat.”
Communiceren met vrienden die niet in de buurt zijn, kan ook per sms. Doen jullie dat vaak, en gebruiken jullie de gsm ook om te bellen of om online te gaan?
Kato: “Vooral sms’en, en heel soms eens om te bellen naar mijn mama of papa. Om te kunnen internetten is mijn gsm iets te oud, vrees ik. Misschien dat ik dat met een ‘chiquere’ gsm wel zou doen.”
Willem: “Bij mij hetzelfde. En ik zou wel online kunnen met mijn gsm, maar thuis hebben we geen wifi, dus doe ik dat niet.”
Hoe lang heb je je huidige gsm al?
Kato: “Ik heb de mijne al een hele tijd. Toch wel een jaar of twee à drie. In het vierde leerjaar heb ik mijn eerste toestel gekregen, zo’n oud model. Bijna niemand had een gsm, en veel was je daar niet mee, eigenlijk. En het was wel zot als je toen een gsm had (lacht).”
Willem: “De mijne is iets minder oud: pas een maand of twee. Mijn eerste gsm heb ik gekregen voor mijn plechtige communie, en dit is nu mijn derde.”
In het laatste Apestaartjarenonderzoek stond onder andere dat Vlaamse jongeren gemiddeld 1200 sms’en per maand versturen. Komen jullie daaraan, en is dat niet verschrikkelijk veel?
Kato: “Ik zou er niet meteen een getal op kunnen plakken, maar ik kom wel in de buurt. Zeker tijdens de examens kan dat redelijk hoog liggen, want dan sms ik veel met vriendinnen.”
Willem: “Ik stuur zeker geen 1200 sms’en per maand, maar ik schrik er niet van. Misschien dat meisjes sowieso meer sturen.”
Als je zou moeten kiezen: gsm of internet?
Willem: “Internet, zeker.”
Kato: “Euhm… ja, internet. De mogelijkheden zijn veel groter. Chatten, bijvoorbeeld, is ook een beetje sms’en.”
Willem: “Je kan internet nog gebruiken om te skypen. Ik heb dat nog maar een keer gedaan, toen mijn neef in Amerika was.”
Kato: “Via Facebook kan je dat nu ook: videochatten. Ik heb dat eens gedaan met mijn zus, omdat die nu op kot zit.”
Komen jullie nog in de bibliotheek? Vijftien jaar geleden was dat the place to be als je voor school het een of ander moest opzoeken, maar nu kan dat waarschijnlijk allemaal online?
Willem: “Alleen als ik een boek moet lezen voor school.”
Kato: “Hetzelfde voor mij. Vroeger ging ik boeken ontlenen in de bibliotheek. Maar omdat ik vaak boetes kreeg omdat ik ze te laat terugbracht, ben ik daar nu al een tijdje mee gestopt. Dingen opzoeken kan inderdaad heel makkelijk online. Vroeger moet dat niet makkelijk geweest zijn: naar de bibliotheek gaan, zoeken, hopen dat ze het juiste boek hebben, want dat is ook niet vanzelfsprekend. Nu is het gewoon: even intikken in Google.”
Willem: “Als je aan het leren bent en je komt een woord tegen dat je niet begrijpt, kun je dat meteen opzoeken, terwijl dat in 1996 minder vanzelfsprekend geweest moet zijn.”
En tot slot: nieuwe media in de jeugdbeweging. Hebben jullie in de Chiro al gebruik gemaakt van nieuwe media, door een bepaalde code door te moeten sms’en tijdens een stadsspel, een gps gebruikt of…?
Willem: “Ik denk niet dat we dat ooit gedaan hebben. Fototocht, dat wel. Spelen met gps’en of andere ingewikkelde toestellen hoeven ook niet voor mij. Je mist zo het echte spel, denk ik.”
Kato: “De kans is groot dat het net dan mankeert, of dat het tijdens het spel kapot gaat. Je moet er extra zorg voor dragen, en dat lukt niet altijd als je hard opgaat in het spel.”
Hoe communiceren jullie met je leiding buiten de Chiro?
Willem: “Niet echt. Soms zie ik die wel eens tijdens de week, maar online is er niet zoveel communicatie.”
Kato: “Ze spreken mij soms wel aan op Facebook en vragen of ik naar de Chiro kom, maar verder blijft dat beperkt. Het maandprogramma staat op de site, maar gelukkig komt dat ook nog elke maand in de brievenbus, zodat we iets hebben om thuis omhoog te hangen.”
Willem: “De meesten zijn te lui om het maandprogramma op de site te checken. Maar goed dat we nog altijd een papieren versie krijgen. Veel is er dus niet veranderd, sinds 1996 (lacht).”
Mooi zo! Bedankt voor jullie tijd.
Wist je dat in 2011...
- in Egypte, Tunesië en Libië Facebook en Twitter een belangrijke rol speelden tijdens de volksprotesten?
- Foursquare de kaap rondde van 100 miljoen gebruikers?
- Google met Google+ opnieuw, na Google Buzz, een rechtstreekse aanval op Facebook lanceerde?
- in dezelfde week de muziekstreamingdiensten Spotify, Simfy en Deezer in België online gaan?
(c) 2011 - Jeugdwerknet Redactie - Bert Gyssels
(c) foto's: Ine Adam en Bert Gyssels
15 jaar jeugdwerknet
- Deel 1: 1996-1998 - Pieter Sellenslagh
- Deel 2: 1999-2001 - Wouter De Meester
- Deel 3: 2002-2004 - Dylan Peere
- Deel 4: 2005-2007 - Bart Vanhoenacker
- Deel 5: 2008-2010 - Sebastiaan De Coninck
- Deel 6: 2011 - Willem & Kato







Nieuwe reactie inzenden